wetzoeker

Artikel 25 Wet bescherming Antarctica

Maatregelen in bijzondere omstandigheden

1 Indien zich tijdens de uitvoering van een activiteit een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, doen de organisator van die activiteit of de in verband met de uitvoering van die activiteit werkzame personen hiervan zo spoedig mogelijk melding aan Onze Ministers.

2 De organisator of de in verband met de uitvoering van de activiteit werkzame personen verstrekken Onze Ministers tevens zo spoedig mogelijk de gegevens met betrekking tot:

a. de oorzaken van het voorval en de omstandigheden waaronder het voorval zich heeft voorgedaan;

b. de ten gevolge van het voorval vrijgekomen stoffen, alsmede hun eigenschappen;

c. andere gegevens die van belang zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor het milieu van het voorval te kunnen beoordelen;

d. de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de gevolgen van het voorval te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken;

e. de maatregelen die worden overwogen om te voorkomen dat een zodanig voorval zich tijdens een activiteit nogmaals kan voordoen.

3 Onze Ministers kunnen, in het belang van de bescherming van het Antarctisch milieu aanwijzingen geven ten aanzien van de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, onder d en e.

Regeling
Wet bescherming Antarctica
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0009449
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl