wetzoeker

Artikel 13 Wet bescherming Antarctica

Vergunningen

1 Een vergunning kan in het belang van de bescherming van het Antarctisch milieu worden geweigerd.

2 Een vergunning kan worden geweigerd indien gegronde vrees bestaat dat de vergunninghouder niet overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde zal handelen.

3 Een vergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:

a. de Consultatieve Vergadering, ingesteld op grond van artikel IX, eerste lid, van het verdrag inzake Antarctica, over het betrokken milieu-effectrapport een negatief oordeel heeft gegeven;

b. onvoldoende zekerheid bestaat dat ernstige nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu kunnen worden voorkomen;

c. de maatregelen, bedoeld in artikel 3a, onvoldoende zijn om de gezondheid en veiligheid van de mens te waarborgen;

d. het rampenplan, bedoeld in artikel 7a, onvoldoende is om gezondheid en veiligheid, opsporing en redding, medische zorg en evacuatie te waarborgen;

e. het rampenplan, bedoeld in artikel 7a, onvoldoende is om ongevallen met mogelijk nadelige gevolgen voor het Antarctisch milieu te bestrijden.

Regeling
Wet bescherming Antarctica
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0009449
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl