wetzoeker

Instructie voor het militair gezag

Besluit van 24 februari 1998, houdende vaststelling van de Instructie voor het militair gezag (Instructie voor het militair gezag)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
18-03-1998
Rechtsgebied
Militair recht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Algemene Zaken
BWB-id
BWBR0009403
Versie
1998-03-18_0
SHA-256 bron
7e90c1686d472477d95aff730bab1b4fd7bc2c4ce52d7d873ae94c8bfd21a6be

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Paragraaf 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de wet: de Oorlogswet voor Nederland;

b. het militair gezag: de ingevolge artikel 4 van de wet aangewezen militaire gezagsdragers;

c. maatregel: voorschrift, beslissing, alsmede buitenwerkingstelling van een zodanige maatregel of daarin aangebrachte wijziging.

Paragraaf 2 — Bepalingen jegens het militair gezag

Artikel 2

1 Het militair gezag oefent de in de wet aan het militair gezag toegekende bevoegdheden uit onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Defensie.

2 Het militair gezag neemt de aanwijzingen van Onze Minister van Defensie in acht.

Paragraaf 2 — Bepalingen jegens het militair gezag

Artikel 3

1 Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, treft het militair gezag slechts maatregelen die verstrekkende politieke of financiële gevolgen kunnen hebben na instemming verkregen te hebben van Onze Minister van Defensie.

2 Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, oefent het militair gezag slechts bevoegdheden uit de wet uit die inbreuk maken op grondrechten, na instemming verkregen te hebben van Onze Minister van Defensie.

Paragraaf 2 — Bepalingen jegens het militair gezag

Artikel 4

1 Het militair gezag draagt er zorg voor dat de maatregelen van de tot dat gezag behorende gezagsdragers niet met elkaar in strijd zijn.

2 In geval van strijd tussen maatregelen van militaire gezagsdragers, heeft de maatregel van de hogere gezagsdrager voorrang boven die van een lagere gezagsdrager.

3 In geval van strijd tussen maatregelen van gelijkwaardige gezagsdragers beslist de naasthogere militaire gezagsdrager welke maatregel voorrang heeft.

Paragraaf 3 — Handelwijze ten aanzien van het burgerlijk gezag

Artikel 5

Het militair gezag maakt zoveel mogelijk gebruik van de in de wet voorziene mogelijkheid de uitoefening van zijn bevoegdheden op te dragen aan organen van burgerlijk gezag.

Paragraaf 3 — Handelwijze ten aanzien van het burgerlijk gezag

Artikel 6

Het buiten toepassing laten van maatregelen van het burgerlijk gezag door het militair gezag geschiedt voor zover mogelijk na overleg met het burgerlijk gezag en geschiedt met de grootste terughoudendheid.

Paragraaf 3 — Handelwijze ten aanzien van het burgerlijk gezag

Artikel 7

1 Het militair gezag geeft geen aanwijzing als bedoeld in artikel 28 van de wet dan nadat het militair gezag het betrokken burgerlijk gezag dan wel het betrokken personeel heeft verzocht datgene te verrichten waarop de voorgenomen aanwijzing betrekking zal hebben.

2 Indien geen gevolg wordt gegeven aan het in het eerste lid bedoelde verzoek en het militair gezag overgaat tot het geven van de aanwijzing, betracht het militair gezag bij het geven daarvan de grootste terughoudendheid en houdt het voor zover mogelijk rekening met de reden die tot het niet opvolgen van het verzoek heeft geleid.

Paragraaf 4 — Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Paragraaf 4 — Slotbepalingen

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Instructie voor het militair gezag.