wetzoeker

Artikel 1 Wet op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht

1 De Staatscommissie tot voorbereiding van de te nemen maatregelen ter bevordering van de codificatie van het internationaal privaatrecht, ingesteld bij koninklijk besluit van 20 februari 1897, Stcrt. 1897, nr. 46, in deze wet verder te noemen de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht, bestaat uit ten minste tien en ten hoogste twintig leden.

2 De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Zij kunnen telkens voor een periode van ten hoogste vier jaar worden herbenoemd. Onder de leden worden de voorzitter en de ondervoorzitters in functie benoemd.

3 Op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, tweede zin, van de Kaderwet adviescolleges niet van toepassing.

Regeling
Wet op de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht
Soort
Wet
Geldend vanaf
15-04-1998
BWB-id
BWBR0009388
Versie
1998-04-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl