wetzoeker

Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-07-1998
Afkortingen
Rst
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0009206
Versie
1998-07-10_0
SHA-256 bron
b6a653c54eea1a3ea735912efe84296b4d22f346f853e7ea70095021201f6203

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

Een toezichthouder doet de vordering tot stilhouden, bedoeld in artikel 5:19, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op de navolgende wijze:

a. indien de toezichthouder tijdens de vordering gebruik maakt van een auto: door een stopteken, bestaande uit een in of aan de auto aangebrachte transparant waarin de aanduiding ’STOP’, al dan niet in combinatie met de aanduiding van de dienst waar de toezichthouders werkzaam is, in rode letters verlicht wordt;

b. in de overige gevallen:

1º van een half uur vóór zonsopgang tot een half uur na zonsondergang: door het opsteken van een stopteken, bestaande uit een ronde witte schijf waaromheen een rode rand, waarin met witte letters in ieder geval de aanduiding ’STOP’ is geplaatst;

2º van een half uur na zonsondergang tot een half uur vóór zonsopgang: door het verticaal op en neer bewegen van een rood lichtsein dat is aangebracht in het midden van het in onderdeel 1° bedoelde stopteken.

Artikel 2

In afwijking van artikel 1 kan de vordering tot stilhouden ook worden gedaan op een van de in artikel 82 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 genoemde wijzen.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling stilhoudingsvordering toezichthouders.