wetzoeker

Artikel 2 Regeling ingevolge de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel

1 De instelling die, of het onderdeel daarvan dat ophoudt te bestaan of ophoudt als zodanig te bestaan, is aan de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel voor de dekking van de financiële lasten die vanaf dan ontstaan wegens beëindiging van de gebondenheid aan de vut-overeenkomst, een vergoeding verschuldigd.

2 Het bedrag van de vergoeding wordt door het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel vastgesteld op het saldo van de contante waarde van de door die stichting gemiste premie-inkomsten voor personen die behoren of behoorden tot het personeel van de instelling, verminderd met de contante waarde van de vervallen verplichtingen van de stichting jegens die personen.

3 In afwijking van het tweede lid wordt indien sprake is van een afwikkeling van de aansluiting het bedrag van de vergoeding door het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel vastgesteld op de contante waarde van de te missen premie-inkomsten ten opzichte van een reguliere aansluiting.

4 Het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidpersoneel stelt nadere regels omtrent de betaling van de vergoeding.

Regeling
Regeling ingevolge de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2012
BWB-id
BWBR0009157
Versie
2012-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl