wetzoeker

Voorschrift 4.1 Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

1. Op een ondergrondse stortplaats mogen afvalstoffen slechts worden geaccepteerd, indien:

a. deze niet behoren tot een in onderdeel 2.1 van bijlage A bij beschikking nr. 2003/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (Pb EG L 11) aangewezen categorie,

b. deze in overeenstemming zijn met de veiligheidsbeoordeling, bedoeld in artikel 8.50, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van die stortplaats,

c. voor zover het een ondergrondse stortplaats voor inerte afvalstoffen betreft, de afvalstoffen ingevolge voorschrift 1.1 mogen worden geaccepteerd op een stortplaats voor inerte afvalstoffen, en

d. voor zover het een ondergrondse stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen betreft, de afvalstoffen ingevolge voorschrift 1.2 mogen worden geaccepteerd op een stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen.

2. Een wijziging van onderdeel 2.1 van bijlage A van de in het eerste lid bedoelde beschikking gaat voor de toepassing van het eerste lid, onder a, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Regeling
Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
Afkortingen
Bssaf
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0009094
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl