wetzoeker

Artikel 5 Regeling kentekens en kentekenplaten

1 Kentekenplaten zijn voorzien van een merk volgens model M.3 van de bijlage.

2 In afwijking van het eerste lid zijn kentekenplaten voorzien van een merk overeenkomstig artikel 5, eerste en tweede lid, zoals die artikelleden luidden vóór de inwerkingtreding van deze regeling, indien:

a. zij zijn afgegeven vóór 1 februari 2000;

b. het model 18.2 betreft voor motorrijtuigen die vóór 31 augustus 2002 in gebruik zijn genomen.

3 De kentekenplaten volgens de modellen 27.24A tot en met 27.26E en de modellen 30.13 en 30.14 mogen worden gebruikt voor motorrijtuigen die overeenkomstig artikel 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement voorgoed buiten Nederland worden gebracht en waarvoor overeenkomstig artikel 17, tweede lid van het Kentekenreglement een kentekenbewijs deel II is uitgereikt. De kentekenplaten mogen zijn voorzien van een zwarte rand en behoeven niet te zijn voorzien van een Europees embleem en landenindicator en behoeven niet te behoren tot een goedgekeurde soort.

4 Het door de lamineerder, bedoeld in artikel 1 van de Regeling erkenningen wegverkeer, aan te brengen waarmerk is volgens model M3, met dien verstande, dat er slecht vier cijfers in zijn opgenomen, beginnend met een 3. Het door de foliefabrikant, bedoeld in artikel 1 van de Regeling erkenningen wegverkeer, aan te brengen waarmerk is volgens model M3, met dien verstande, dat er slechts vier cijfers in zijn opgenomen, beginnend met een 2.

Regeling
Regeling kentekens en kentekenplaten
Afkortingen
RKK
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0009071
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl