wetzoeker

Aanwijzing inzake prijsbijstelling materiële kosten van organen voor de gezondheidszorg

Aanwijzing ex artikel 14 Wet tarieven gezondheidszorg inzake prijsbijstelling materiële kosten van organen voor de gezondheidszorg

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
05-12-1997
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0009061
Versie
1997-12-05_0
SHA-256 bron
4c1025c8ae267c17fde50a908dcfee06d8d16f754649ca89291f9080d1113053

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

Het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (Cotg) stelt met het oog op de jaarlijkse aanpassing van de materiële component in de budgetten en de kostenbestanddelen in de tarieven (exclusief de loonkosten) in verband met de prijsontwikkeling, nieuwe richtlijnen vast ten behoeve van organen voor gezondheidszorg aangewezen in het Besluit werkingssfeer WTG 1992 met in achtneming van het volgende:

a de prijsbijstelling particuliere consumptie voor het jaar t wordt bepaald door de particuliere consumptie jaar t in prijzen jaar t te delen door de particuliere consumptie jaar t in prijzen jaar t-1 zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) t, in de tabel ’middelen en bestedingen’ jaar t,

b in de richtlijnen wordt ten aanzien van de prijsbijstelling materiële kosten het volgende geregeld:

de voorcalculatie voor het jaar t geschiedt conform een in het JOZ ter zake opgenomen voorcalculatorisch percentage, waaromtrent het Cotg zo spoedig mogelijk na de publicatie van het JOZ wordt geïnformeerd;

de eindcalculatie voor het jaar t is het saldo van de prijsbijstelling particuliere consumptie jaar t minus het voorcalculatorische percentage;

een eventueel verschil tussen de prijsbijstelling particuliere consumptie jaar t bepaald op grond van het CEP t+1 en de prijsbijstelling particuliere consumptie jaar t bepaald op grond van het CEP t wordt in jaar t+1 structureel verwerkt.

c de verwerking van eventuele verschillen tussen de prijsbijstelling particuliere consumptie jaar t zoals bepaald op grond van het CEP t+1 en de prijsbijstelling particuliere concumptie zoals bepaald op grond van het CEP t+2 en volgende jaren blijft achterwege.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde richtlijnen treden in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.