wetzoeker

Artikel 6 Reglement voor de binnenvisserij 1985

1 Het is verboden te vissen van 1 april tot en met 31 mei met:

a. de hengel, voor zover geaasd met slachtproducten, een dood visje, een stukje vis of enig kunstaas met uitzondering van kunstvliegen met een afmeting van ten hoogste 2,5 cm;

b. de visfuik;

c. de ankerkuil;

d. de zegen;

e. het staand net.

2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het vissen in de wateren van Walcheren, Schouwen-Duiveland, Tholen en Noord-Beveland, in het kanaal van Zuid-Beveland, in de Haven van Goes, in het Veerse Meer en het Grevelingenmeer en in de met die meren in open gemeenschap staande inhammen, kreken, spranken, killen en gaten.

3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor zover het kunstaas betreft, geldt niet voor het vissen in de Geul en haar zijbeken.

4 Onze Minister kan het vissen verbieden in een of meer door hem aan te wijzen wateren met één of meer door hem aan te wijzen vistuigen gedurende het gehele jaar dan wel gedurende een nader te bepalen gedeelte van het jaar. Daarbij kan worden afgeweken van het eerste lid.

Regeling
Reglement voor de binnenvisserij 1985
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2019
BWB-id
BWBR0009027
Versie
2019-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl