wetzoeker

Artikel 4 Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut

Opleiding

1 Het aspect diagnostiek en behandeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van diagnostiek en behandeling van ziekte gerelateerde voedingsproblemen, volgens de vigerende beroeps- en gezondheidszorgstandaarden, op methodische wijze de volgende interventies voor te bereiden, uit te voeren, te evalueren, bij te stellen en af te ronden:

a. het in het kader van het diëtistische onderzoek bij de patiënt afnemen van een anamnese;

b. het stellen van een diëtistische diagnose;

c. het opstellen van een behandelplan of advies, zo nodig na afstemming met andere disciplines;

d. het bieden van individuele voedings- en dieetadvisering;

e. het op methodische wijze overdragen van informatie over voeding en diëten;

f. het door middel van begeleiding en coaching bewerkstelligen van therapietrouw en gedragsverandering;

g. het adequaat registreren van verzamelde gegevens;

h. het uitvoeren van evaluaties, zowel tussentijds als aan het einde van de behandeling, het afsluiten van de behandeling en het rapporteren aan de verwijzer;

i. het in het kader van preventie bij een persoon signaleren van ongezond voedingsgedrag en ongezonde leefwijzen;

j. het in het kader van leefstijlcoaching bij een persoon teweegbrengen van veranderingen in voedingsgedrag en van een gezonde leefstijl;

k. het regisseren van gezondheidsbevorderende interventies bij door voeding beïnvloedbare ziekten of klachten;

l. het met andere zorgverleners waarborgen van effectieve en efficiënte voedings- en dieetzorg;

m. zo nodig terugverwijzing naar de arts.

2 Het aspect communicatie en samenwerking is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:

a. effectief te communiceren met de patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen;

b. in het kader van formele relaties, intern en extern te communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en gesprekspartners werkzaam in zowel een preventieve als curatieve setting;

c. een functionele samenwerkingsrelatie met de patiënt aan te gaan, te onderhouden en af te ronden;

d. met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en gesprekspartners in en buiten de organisatie professioneel overleg te voeren en samen te werken.

3 Het aspect preventie en gezondheidsvoorlichting is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:

a. in het kader van preventie doelgerichte voedingsvoorlichting en -informatie te geven met gezondheidsbevordering als doel;

b. in het kader van therapietrouw en gedragsverandering de patiënt tijdens de behandeling op methodische wijze voor te lichten;

c. bij te dragen aan het opstellen en implementeren van het preventiebeleid van de organisatie.

4 Het aspect kwaliteitszorg en innovatie is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:

a. de eigen zorg- en dienstverlening op effectiviteit en efficiëntie te analyseren, daaraan conclusies te verbinden en deze zo nodig planmatig te verbeteren;

b. aan de patiënt verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van de zorg- en dienstverlening;

c. kwaliteitsinstrumenten van de beroepsgroep adequaat te gebruiken;

d. een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de voedingszorg- en dienstverlening binnen een afdeling dan wel organisatie en deze op effectiviteit en efficiëntie te analyseren en daaraan conclusies te verbinden;

e. onderzoek te initiëren en uit te voeren naar de effecten van voeding op gezondheid;

f. nieuwe interventies of nieuwe interventiemethodieken of -producten te ontwikkelen in het kader van voeding en gezondheid;

g. nieuw ontwikkelde kennis en innovaties uit te dragen en te publiceren;

h. algemeen maatschappelijke en beroepsspecifieke innovaties te integreren in het eigen professionele handelen.

5 Het aspect praktijk- en bedrijfsvoering is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:

a. vanuit een gezondheids- en marktperspectief een bijdrage te leveren aan het voedingsbeleid, de praktijkvoering en het beheer van de afdeling dan wel organisatie;

b. al dan niet met anderen tot een effectieve en efficiënte praktijk- en bedrijfsvoering te komen;

c. effectief leergedrag bij stagiaires en nieuwe collega’s te stimuleren, zodat beginnende diëtisten op professionele wijze bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie;

d. middelen en materialen te beheren, zodat de dienstverlening aan de cliënt vanuit de organisatie effectief en efficiënt verloopt;

e. nieuw beleid te volgen en te initiëren zodat de dienstverlening in de toekomst wordt gewaarborgd.

6 Het aspect beroepsontwikkeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:

a. het beroep uit te oefenen overeenkomstig de geldende professionele richtlijnen en de stand van de wetenschap en de geldende waarden en opvattingen die patiënten hebben ten aanzien van voedings- en dieetzorg;

b. ethische vraagstukken die zich voordoen bij de diëtistische handelingen te onderkennen en hanteren;

c. te handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de beroepsuitoefening van de diëtist;

d. te handelen vanuit een juist inzicht in de epidemiologie en de behoefte aan voedings- en dieetzorg van de bevolking als geheel en de daartoe te hanteren verzorgingsmogelijkheden, zowel collectief als individueel;

e. prioriteiten te stellen voor te verlenen voedings- en dieetzorg in overeenstemming met de beschikbare middelen, de behandelingsnoodzaak en de eigen vraag naar zorg van de cliënt;

f. te handelen vanuit een juist inzicht in de structuur en financiering van de organisatie en de gezondheidszorg gericht op de voedings- en dieetzorg;

g. op een effectieve manier wetenschappelijke informatie te verwerven, te verwerken en toe te passen in het beroepsmatige handelen;

h. te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen en dit op basis hiervan verder te ontwikkelen;

i. de eigen professionaliteit voortdurend te ontwikkelen op basis van nieuwe situaties in de samenleving of het beroepsdomein;

j. anderen te begeleiden in hun beroepsontwikkeling;

k. bij te dragen aan de ontwikkeling van de professie.

Regeling
Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0008975
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl