wetzoeker

Artikel 5 Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Algemeen

1 Bestuursorganen verrichten geen beveiligingswerkzaamheden voor derden, tenzij dit bij of krachtens de wet is toegestaan.

2 Een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 141 onderscheidenlijk 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering verricht geen werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau en houdt, hetzij alleen, hetzij met andere personen, geen beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand.

3 Het tweede lid is niet van toepassing op buitengewoon opsporingsambtenaren die behoren tot een particuliere beveiligingsorganisatie die, of een onderdeel daarvan dat door Onze Minister is aangewezen als een categorie of eenheid als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.

4 Van het verbod, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.

5 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kwaliteitseisen waaraan personen in dienst van een bestuursorgaan moeten voldoen indien zij in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten.

6 Van de regels, bedoeld in het vijfde lid, kan Onze Minister in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.

Regeling
Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Afkortingen
Wpbr
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0008973
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl