wetzoeker

Master Besluit opleidingseisen arts

De juist afgestudeerde arts is in staat om:

1. zich continu te blijven ontwikkelen als professional door een levenslang lerende houding;

1.1 een persoonlijk ontwikkelplan op te stellen en dit periodiek te reviseren;

1.2 tijdens het (klinische) werk mogelijkheden te identificeren om te leren, feedback te vragen en te reflecteren op het eigen handelen;

1.3 gebruik te maken van samenwerkend leren op de werkplek om zich als individu en als team te ontwikkelen;

1.4 zich actief op de hoogte te houden van nieuwe (technische) ontwikkelingen ten aanzien van het eigen vakgebied en deze kennis te delen met collega’s.

2. zich in het contact met patiënten en collega’s te gedragen conform de ethische waarden en normen van de medische beroepsgroep;

2.1 zich gepast professioneel te gedragen. Kernwaarden voor de juist afgestudeerde arts in de praktijk zijn: eerlijkheid, integriteit, compassie, bescheidenheid, dienstbaarheid, respect, aandacht voor diversiteit en vertrouwelijkheid;

2.1.1 met inachtneming van omgaan met taken, anderen en zichzelf;

2.1.2 het praktisch kunnen vertalen van het niet-schaden als eerste uitgangspunt van medisch handelen.

2.2 risico’s op belangenverstrengeling te herkennen en hierop transparant te anticiperen;

2.3 de vertrouwelijkheid van medische informatie te respecteren, mede in relatie tot het gebruik van digitale registratiemethoden;

2.4 rekening te houden met beschikbare middelen en kostenbewust op te treden.

3. zich te houden aan de wettelijke kaders en professionele verantwoordelijkheden van het artsenberoep;

3.1 te praktiseren binnen de professionele, ethische en juridische kaders van de beroepspraktijk van de arts; en

3.1.1 in overleg met de supervisor maatschappelijke thema’s en discussies ten aanzien van de gezondheidszorg te integreren in de praktijkvoering.

3.2 onprofessioneel gedrag bij zichzelf of bij anderen te herkennen, dit kritisch te analyseren en bespreekbaar te maken met collega’s; en

3.2.1 hierbij hulp te vragen van een collega of de supervisor.

3.3 intervisie met collega’s in te passen in de dagelijkse praktijkvoering.

4. zorg te dragen voor de eigen gezondheid en welzijn ten einde optimale (patiënten)zorg te waarborgen;

4.1 het eigen welzijn en het functioneren in de praktijk te bewaken en hierop te reflecteren;

4.2 het eigen gedrag bij te sturen op basis van zelfreflectie en feedback van anderen;

4.2.1 zich leerbaar op te stellen ten behoeve van goede zelfzorg, praktijk en werkrelaties;

4.3 de balans te bewaken en te houden tussen werk en privé;

4.3.1 hierop te reflecteren samen met de supervisor.

Regeling
Besluit opleidingseisen arts
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0008846
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl