wetzoeker

Master Besluit opleidingseisen arts

De juist afgestudeerde arts is in staat om:

1. persoonlijk leiderschap te tonen en een lerende houding aan te nemen gedurende de hele loopbaan;

1.1 zelfreflectie en zelfinzicht te tonen, mede in relatie tot anderen met wie hij/zij samenwerkt en tot de processen waar hij/zij mee te maken krijgt;

en

1.1.1 op basis hiervan persoonlijke, educatieve en professionele doelen te stellen en deze gedurende de opleiding en loopbaan periodiek bij te stellen;

1.1.2 door verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen handelen en als rolmodel te fungeren voor anderen (voorbeeldgedrag).

1.2 time-managementvaardigheden te ontwikkelen;

1.2.1 onder tijdsdruk kwalitatief en kwantitatief goed werk af te leveren;

1.2.2 prioriteiten te stellen om een goede balans tussen werk en privé te behouden ter bevordering van de eigen, duurzame inzetbaarheid.

2. leiderschap te tonen tijdens de medische beroepsuitoefening;

2.1 initiatief te nemen om de persoonlijke praktijk te verbeteren door een probleem te evalueren, prioriteiten te stellen, een plan uit te voeren en de resultaten te analyseren;

2.1.1 op het eigen medisch handelen te reflecteren en de verantwoordelijkheid nemen hiernaar te handelen.

2.2 samen te werken met collega’s en initiatief te nemen en anderen te ondersteunen bij verander- en verbeterprocessen om de kwaliteit van zorg te verbeteren;

2.3 op een veilige manier feedback te geven en te vragen en belangrijke zaken met elkaar te bespreken (intervisie);

2.4 een eigen standpunt te kiezen, te twijfelen, de eigen grenzen aan te geven (bewust onbekwaam) en daarop in actie te komen.

3. bij te dragen aan de verbetering van zorgverlening in teams, organisaties en systemen;

3.1 in overleg met de supervisor bij te dragen aan kwaliteitsverbeteringsprojecten op de werkplek;

3.2 kritische situaties en veiligheidsrisico’s te onderkennen en te bespreken met de supervisor; en

3.2.1 het eigen handelen te analyseren en hiervan te leren;

3.2.2 open te staan voor feedback;

3.2.3 een luisterende houding te tonen;

3.2.4 en daarbij rekening te houden met (de capaciteiten van) de teamleden.

3.3 relevante informatietechnologie te gebruiken voor medische zorgtoepassing;

3.3.1 te kunnen omgaan met grote hoeveelheden aan informatie;

3.3.2 deze informatie te kunnen duiden en uitleggen aan de patiënt;

3.3.3 hulp te vragen van de supervisor en/of samen te werken met andere (zorg)professionals om effectief gebruik te kunnen maken van informatietechnologie.

4. bij te dragen aan doelmatige inzet van de beschikbare middelen voor de gezondheidszorg;

4.1 in overleg met de supervisor te streven naar een optimale balans tussen kosten, werkzaamheid en waarde van middelen en diensten; en

4.1.1 hierin ethische afwegingen te maken.

4.2 in samenwerking met collega’s en de supervisor te streven naar optimale, longitudinale zorg voor individuele patiënten en/of de populatie, rekening houdend met de waarde hiervan voor de patiënt(en);

4.2.1 door inzet van kennis van de structuur, werking en financiering van het Nederlandse gezondheidszorgsysteem;

4.2.2 door adequaat gebruik te maken van de beschikbare technologische ontwikkelingen.

Regeling
Besluit opleidingseisen arts
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0008846
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl