Master Besluit opleidingseisen arts
De juist afgestudeerde arts is in staat om:
1. met zowel patiënten en hun naasten als met collega (zorg)professionals of andere instanties een professionele relatie op te bouwen en te onderhouden op basis van wederzijds begrip, empathie en vertrouwen;
1.1 zowel verbaal als non-verbaal empathisch en respectvol te communiceren;
1.2 in de communicatie het vertrouwen en de autonomie van de gesprekspartner te ondersteunen en inzicht te geven in diens eigen rol;
1.3 de fysieke omgeving te optimaliseren ter bevordering van comfort, waardigheid, privacy, betrokkenheid en veiligheid van de gesprekspartner;
1.4 rekening te houden met contextuele factoren (leeftijd, multimorbiditeit, functionaliteit, levensfase, arbeidsparticipatie, sociaaleconomische status, gender, gezondheidsvaardigheden, taal en culturele en religieuze achtergrond) in de communicatie;
1.5 adequaat om te gaan met meningsverschillen, door de patiënt ingebrachte eigen achtergrondinformatie (o.a. internet, hypes) en emotioneel beladen gesprekken;
1.5.1 daarbij waar nodig hulp van collega of supervisor in te schakelen.
2. relevante biopsychosociale informatie over een medisch probleem te verzamelen, te ordenen en te integreren in overleg met de betrokkenen;
2.1 onderliggende zorgbehoeften en voorkeuren te verhelderen door gebruik te maken van persoonsgerichte (anamnestische) vragen;
2.2 in overleg met de supervisor en indien nodig na informed consent van de patiënt informatie op te vragen bij anderen (naasten, andere (zorg) professionals of instanties).
3. gezondheidsinformatie en behandelplannen te delen met patiënten en andere (zorg)professionals;
3.1 in samenspraak met de supervisor informatie over diagnose, prognose en behandel- en preventie(on)mogelijkheden op een betrokken en respectvolle wijzen te delen met de patiënt en diens naasten; en
3.1.1 aan te sluiten bij de hulpvraag en zorgbehoefte;
3.1.2 te controleren of de informatie wordt begrepen;
3.1.3 indien nodig de informatie te delen met andere (zorg) professionals.
3.2 in overleg met de supervisor patiënten, hun naasten en betrokken collega-(zorg)professionals te informeren over schadelijke incidenten ten aanzien van de patiëntveiligheid.
4. patiënten en hun naasten te betrekken in het opstellen van behandelplannen die aansluiten bij hun wensen en doelen;
4.1 de patiënt en diens naasten te ondersteunen bij het nemen van weloverwogen beslissingen ten aanzien van hun gezondheid, levenskwaliteit en hun behandelplan (gezamenlijke besluitvorming);
4.1.1 cultuursensitief en niet-oordelend te communiceren en adequaat om te gaan met diversiteit;
4.1.2 geen enkele groep uit te sluiten op basis van (culturele, maatschappelijke of religieuze) achtergrond, sekse, seksuele geaardheid of welke kenmerken dan ook;
4.1.3 rekening te houden met de contextuele factoren, inclusief werk (zie 1.4);
4.1.4 patiënten en hun naasten te verwijzen naar betrouwbare informatiebronnen die kunnen ondersteunen bij de verbetering van de gezondheid;
4.1.5 patiënten en hun naasten waar mogelijk te adviseren en te motiveren met inachtneming van de wensen ten aanzien van de kwaliteit van leven.
5. medische informatie op adequate wijze te documenteren en daarmee de besluitvorming, veiligheid en vertrouwelijkheid en privacy optimaal te ondersteunen;
5.1 op een accurate, respectvolle en toegankelijke wijze – rekening houdend met de wettelijke vereisten – medische informatie verkregen uit direct of indirect patiëntencontact te verwerken in het medisch dossier;
5.2 medische informatie met de patiënt, diens naasten en betrokken (zorg) professionals te delen, na toestemming en met respect voor de privacy van de patiënt;
5.3 adequaat en efficiënt gebruik te maken van medische informatiesystemen (m.n. elektronische patiëntendossiers) en hier mogelijkheden, aandachtspunten en grenzen van te benoemen.
- Regeling
- Besluit opleidingseisen arts
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 01-07-2024
- BWB-id
- BWBR0008846
- Versie
- 2024-07-01_0