wetzoeker

Wet tot samenvoeging van de gemeenten Weert en Stramproy

Wet van 2 juli 1997 tot samenvoeging van de gemeenten Weert en Stramproy

Soort
Wet
Geldend vanaf
18-07-1997
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0008787
Versie
1997-07-18_0
SHA-256 bron
7b68e0d23adcba09e4e61118c88bee9c824ab43ae0eb64618ff8030c74528489

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10

Paragraaf 1 — Opheffing en instelling van gemeenten

Artikel 1

Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten Weert en Stramproy opgeheven.

Paragraaf 1 — Opheffing en instelling van gemeenten

Artikel 2

Met ingang van de datum van herindeling wordt de nieuwe gemeente Weert ingesteld.

Paragraaf 1 — Opheffing en instelling van gemeenten

Artikel 3

De nieuwe gemeente Weert bestaat uit het grondgebied van de op te heffen gemeenten Weert en Stramproy.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 4

Voor de nieuwe gemeente Weert wordt de op te heffen gemeente Weert aangewezen voor de toepassing van artikel 36 van de Wet algemene regels herindeling, in verband met de toepassing van de instructies en reglementen bedoeld in dat artikel.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 5

Voor de op te heffen gemeenten Weert en Stramproy wordt de nieuwe gemeente Weert aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling:

a. artikel 39, tweede lid, in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;

b. artikel 41, derde lid, in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen;

c. artikel 45, tweede lid, in verband met de overgang van de voorziening van drinkwater, elektriciteit en gas.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 6

1 Voor de nieuwe gemeente Weert die bij deze wet wordt ingesteld, wordt een tussentijdse raadsverkiezing gehouden als bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet algemene regels herindeling.

2 Met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing voor de nieuwe gemeente Weert wordt de op te heffen gemeente Weert belast.

3 Indien de datum van herindeling valt binnen een jaar voor de datum waarop reguliere verkiezingen voor de leden van de gemeenteraden ingevolge de Kieswet moeten worden gehouden, vinden deze reguliere verkiezingen niet plaats in de nieuwe gemeente Weert.

4 Indien de datum van herindeling valt binnen een jaar voor de datum waarop de reguliere verkiezingen voor de leden van de gemeenteraden ingevolge de Kieswet moeten worden gehouden, eindigt de zittingsperiode van de leden van de raad van de nieuwe gemeente Weert gelijk met de zittingsperiode van de leden van de raden van de overige gemeenten die volgt op de eerste verkiezingen voor de gemeenteraden na de datum van herindeling.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 7

Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 8

Wijzigt de Politiewet 1993.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 9

1 Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen stelt op de wijze als aangegeven in de artikelen 56, tweede lid, 107a en 107b, tweede lid, van de Wet op het basisonderwijs de stichtings- en opheffingsnormen voor scholen voor basisonderwijs vast voor de nieuwe gemeente Weert onderscheidenlijk delen daarvan.

2 Indien de raad van een bij deze wet betrokken gemeente binnen drie maanden na de datum van herindeling een besluit neemt tot splitsing van de gemeente, stelt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor de beide gebiedsdelen een afzonderlijke opheffingsnorm vast. Artikel 107b, eerste lid, eerste, tweede en vierde volzin, tweede lid, eerste en derde volzin, derde lid, eerste, derde en vierde volzin, en vierde lid, van de Wet op het basisonderwijs is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het vierde lid voor «6 maanden» telkens wordt gelezen : 3 maanden.

3 De ingevolge het eerste en tweede lid vastgestelde stichtings- en opheffingsnormen treden in de plaats van de voor de betrokken gemeenten op grond van artikel 56, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 107, tweede lid, 107b en 107c van de Wet op het basisonderwijs vastgestelde normen. De nieuwe normen gelden met ingang van 1 januari volgend op de datum van herindeling. Tot en met 31 december volgend op de datum van herindeling blijven op de scholen in de bij deze wet betrokken gemeenten de normen van toepassing die golden op de dag voorafgaande aan de datum van herindeling.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 10

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.