wetzoeker

Artikel 21 Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger

Subsidievaststelling

1 De programmabeheerder stelt de subsidie vast overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening.

2 De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;

b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.

3 Kosten die gelet op de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vast-stelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

Regeling
Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBR0008783
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl