wetzoeker

Technische criteria Besluit vaststelling van de dood bij postmortale orgaandonatie

a. Te gebruiken: alle oppervlakte-elektroden van het 10-20 systeem. Deze behoren een overgangsweerstand > 100 Ohm en < 10 kOhm te hebben.

b. Vereiste gevoeligheid: 20 microvolt/cm.

c. Vereiste bandbreedte: 0,27–30 Hz (–3dB).

d. Afleidingscombinaties: van belang is toepassing van een combinatie met grote interelektrode-afstand. Zo mogelijk dienen alle elektroden van het 10–20 systeem in de gebruikte afleidingscombinatie continu voor te komen. Dit impliceert registratie met een EEG-toestel van ten minste 16 kanalen.

e. De (effectieve) registratieduur dient ten minste 30 minuten te bedragen.

f. Reacties op prikkels dienen te worden nagegaan:

• lichtflitsprikkels: zowel hoge (bijvoorbeeld 18 Hz) als lage (1–3 Hz) frequenties toepassen;

• Pijnprikkels: aan beide armen en supraorbitaal.

Het verdient aanbeveling elektrocardiogram (ECG), ademhaling en bewegingsartefacten mee te registreren. Een eventueel aanwezig retinogram is niet in strijd met de diagnose iso-elektrisch EEG.

g. Tijdens de registratie mogen kortwerkende, spierverslappende middelen gebruikt worden om de eventueel aanwezige, elektrisch waarneembare spieractiviteit («motor-unit» activiteit) te onderdrukken.

h. Brom- en ruisniveaus dienen kleiner dan 5 microvolt te zijn. Eventueel nog aanwezige artefacten dienen tijdens de registratie als zodanig geduid te worden.

i. Het EEG heet «iso-elektrisch» wanneer geen elektrische activiteit van cerebrale oorsprong aanwezig is.

j. Beoordeling van het EEG via datatransmissie (telefoon, kabel, internet) is niet toegestaan vanwege de noodzaak van controle van de kwaliteit van de registratie en van de medische omstandigheden.

Regeling
Besluit vaststelling van de dood bij postmortale orgaandonatie
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0008776
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl