wetzoeker

Artikel 34 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

BEWEGINGSVRIJHEID BINNEN DE INRICHTING

1 Het hoofd van de instelling is bevoegd een verpleegde af te zonderen of te separeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 32, eerste lid.

2 Een ononderbroken verblijf in afzondering of separatie duurt ten hoogste vier weken, behoudens verlenging overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid.

3 Het hoofd van de afdeling waar de verpleegde verblijft kan bij dringende noodzakelijkheid de beslissing tot separatie nemen voor ten hoogste vijftien uren.

4 Het hoofd van de instelling kan de afzondering of separatie telkens, met schriftelijke machtiging van Onze Minister, met ten hoogste vier weken verlengen.

5 Het hoofd van de instelling draagt zorg dat, ingeval de separatie langer dan vierentwintig uren duurt, een aan de instelling verbonden arts en de commissie van toezicht onverwijld hiervan in kennis worden gesteld.

6 Het hoofd van de instelling draagt zorg dat in geval van afzondering of separatie het nodige contact tussen personeelsleden of medewerkers en verpleegde wordt gewaarborgd en naar aard en frequentie op de situatie van de verpleegde wordt afgestemd.

7 Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toepassing van de afzondering of separatie. Deze regels betreffen in elk geval de rechten die tijdens de afzondering of separatie aan de verpleegde toekomen.

Regeling
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
Afkortingen
BVTG
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0008765
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl