wetzoeker

Artikel 28 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden

CONTROLE EN GEWELDGEBRUIK

1 Het hoofd van de instelling kan bepalen dat een op afwending of vermindering van gevaarlijk gedrag gerichte ingreep in het lichaam van een verpleegde, waarvan de gevolgen, naar is te voorzien, niet ongedaan gemaakt kunnen worden, wordt verricht.

2 Een ingreep als bedoeld in het eerste lid vindt slechts plaats indien:

a. de arts die voornemens is de ingreep uit te voeren de verpleegde heeft voorgelicht over de aard en de gevolgen van de ingreep;

b. de verpleegde schriftelijk heeft verklaard in te stemmen met de ingreep;

c. een termijn van veertien dagen in acht genomen wordt tussen de instemming van de verpleegde en de uitvoering van de ingreep.

3 Een arts die voornemens is een ingreep als bedoeld in het eerste lid uit te voeren dient hieromtrent het advies in te winnen van een niet aan de instelling verbonden arts.

Regeling
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
Afkortingen
BVTG
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0008765
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl