wetzoeker

Wijziging Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994

Wijziging van de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994 en bepaling van de voorwaarden waaronder de tegemoetkoming in artikel VI van de Wet van 12 juni 1997 tot wijziging van de Wet op de motorrijtuigenbe-lasting 1994 en van enkele andere wetten in verband met herziening van de tariefstructuur voor vrachtauto’s (Stb. 245) kan worden verkregen

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-1997
Rechtsgebied
Belastingrecht, Formeel belastingrecht, Milieubelasting
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0008749
Versie
1997-07-01_0
SHA-256 bron
73a16d60db940732ec4b0ffbb08cc54abcf96077b0127ea2b8b86526153f13b1

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III

Artikel I

Wijzigt de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel II

1 Het verzoek om toepassing van artikel VI van de Wet van 12 juni 1997 tot wijziging van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en van enkele andere wetten in verband met herziening van de tariefstructuur voor vrachtauto’s (Stb. 245) gaat vergezeld van

a. een afschrift van het kentekenbewijs van de vrachtauto;

b. een schriftelijke verklaring van de houder dat de koppelinrichting van de vrachtauto niet wordt gebruikt voor het voortbewegen van een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg; en

c. een schriftelijke verklaring van de houder dat hij, alvorens de vrachtauto te verbinden met een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, de inspecteur schriftelijk daarvan op de hoogte zal stellen.

2 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

3 De beschikking eindigt

a. op verzoek van de houder;

b. na de melding van de houder dat hij de vrachtauto zal verbinden met een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg; of

c. met ingang van de dag dat de koppelinrichting definitief is verwijderd; doch ten laatste

d. met ingang van 1 januari 1999 dan wel, indien een gedeelte van het tijdvak ligt na die datum, met ingang van het eerstvolgende tijdvak.

4 De inspecteur trekt de beschikking in indien hem is gebleken dat de vrachtauto op enig moment gedurende de looptijd van de beschikking is verbonden met een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg zonder dat dit tevoren aan hem is gemeld.

5 Het beëindigen of intrekken van de beschikking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1997.