wetzoeker

7.1 Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 1997-1999

De regeling ouderschapsverlof wordt op vier punten aangepast. De voorwaarde dat de arbeidsduur tenminste 14,4 uren per week bedraagt komt te vervallen. Voortaan komen dus alle ambtenaren ongeacht de omvang van hun aanstelling voor ouderschapsverlof in aanmerking. De leeftijd van het kind tot welke het ouderschapsverlof kan worden genoten wordt verhoogd van vier naar acht jaar. Wanneer de dienstbetrekking in het buitenland wordt vervuld kan ouderschapsverlof worden genoten tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten. Tenslotte wordt ter bevordering van de mobiliteit het management de mogelijkheid geboden om af te zien van een vordering tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten verlofuren indien de ambtenaar tijdens het ouderschapsverlof of binnen een jaar na afloop daarvan ontslag wordt verleend op eigen verzoek dan wel op grond van aan hem te wijten feiten of omstandigheden.

Regeling
Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 1997-1999
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
30-05-1997
BWB-id
BWBR0008678
Versie
1997-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl