wetzoeker

Wijzigingswet Wet op de studiefinanciering enz. (correctie berekening aanvullende beurs)

Wet van 10 april 1997, houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met correctie op de berekening van de aanvullende beurs, alsmede van onder meer de Wet tegemoetkoming studiekosten in verband met enkele technische wijzigingen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-05-1997
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0008634
Versie
1997-05-01_0
SHA-256 bron
7205139092113f70082703d271837251d36134bb3d3279b491a57503e55429ef

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. ARTIKEL I
  2. ARTIKEL II
  3. ARTIKEL III
  4. ARTIKEL IV
  5. ARTIKEL V
  6. ARTIKEL VI

ARTIKEL I

Wijzigt de Wet op de studiefinanciering.

ARTIKEL II

Wijzigt de Wet tegemoetkoming studiekosten.

ARTIKEL III

Wijzigt de Wet tegemoetkoming studiekosten.

ARTIKEL IV

Wijzigt de wet van 28 maart 1996, houdende wijziging van onder meer de Wet op de studiefinanciering en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de invoering van de prestatiebeurs, de vorm van de toelage en de leeftijd waarop aanspraak op studiefinanciering in het hoger onderwijs ontstaat (Stb. 227).

ARTIKEL V

1 Indien de studerende op grond van artikel I, onderdeel C, voor zover het betreft artikel 21, derde dan wel vijfde lid, van de Wet op de studiefinanciering, recht heeft op een bedrag aan aanvullende beurs in een periode tussen 31 december 1995 en de datum van inwerkingtreding van deze wet, en dat bedrag in verband met de hoogte van de reeds opgenomen rentedragende lening niet geheel als gift kan worden uitbetaald, wordt het niet uitbetaalde bedrag steeds over de desbetreffende maand verrekend met de rentedragende lening. De over het te verrekenen bedrag aan rentedragende lening opgebouwde rente gaat teniet.

2 Op aanvraag van de studerende wordt, in afwijking van het eerste lid, het gehele in dat lid bedoelde bedrag aan aanvullende beurs steeds verrekend met de over de desbetreffende maand opgenomen rentedragende lening. De over het te verrekenen bedrag aan rentedragende lening opgebouwde rente gaat teniet.

ARTIKEL VI

1 Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel III, onderdeel D, voor het eerst betrekking heeft op tegemoetkomingen over de kalendermaand volgend op de datum van inwerkingtreding.

2 Artikel I, onderdelen D, voor zover het betreft artikel 21, derde lid, van de Wet op de studiefinanciering, E, F en G, werkt terug tot en met 1 januari 1996.

3 Artikel I, onderdelen C en D, voor zover het betreft artikel 21, vijfde lid, onderdeel b, zesde, achtste en negende lid, van de Wet op de studiefinanciering en artikel II werken terug tot en met 1 augustus 1996.

4 Artikel I, onderdelen A en B, werkt terug tot en met 1 september 1996.

5 Artikel I, onderdeel D, voor zover het betreft artikel 21, vijfde lid, onderdeel c, van de Wet op de studiefinanciering, en artikel III, onderdelen A, B en C, werken terug tot en met 1 januari 1997.