wetzoeker

Artikel 40 Kaderwet dienstplicht

OPSCHORTING

1 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, kan de opschorting van de paragrafen 3 en 5 van hoofdstuk 1, met uitzondering van artikel 19, derde lid, alsmede de hoofdstukken 2 en 3, met uitzondering van de artikelen 27, derde lid, 35, 37 en 38 worden beëindigd. Bij dat besluit kan de beëindiging van de opschorting voor de verschillende hoofdstukken, paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen worden gesteld.

2 Een krachtens het eerste lid vastgesteld besluit wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Het besluit treedt niet in werking dan nadat twee weken na de overlegging zijn verstreken. Indien een van de kamers daartegen overwegende bezwaren te kennen heeft gegeven, wordt het besluit ingetrokken. De tweede en de derde volzin zijn niet van toepassing indien door de beide kamers te kennen is gegeven dat het koninklijk besluit op een eerder tijdstip in werking kan treden.

Regeling
Kaderwet dienstplicht
Afkortingen
Kwd
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0008589
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl