wetzoeker

Artikel 27 Kaderwet dienstplicht

Uitoefening grondrechten

1 De dienstplichtige in werkelijke dienst onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

2 Het eerste lid is voor wat betreft het recht van vereniging niet van toepassing op het lidmaatschap van:

a. een politieke groepering waarvan de naam of aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de artikelen G1 of G2 van de Kieswet;

b. een politieke groepering waarvan de naam of aanduiding is ingeschreven overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet, en die, indien na de inschrijving verkiezingen zijn gehouden voor de gemeenteraden, aan de laatst gehouden verkiezingen heeft deelgenomen; of

c. een vakvereniging.

3 De dienstplichtige is verplicht tot geheimhouding van enig gegeven, de dienst betreffende, tegenover een ieder die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is, voor zover die verplichting uit de aard van de zaak volgt.

Regeling
Kaderwet dienstplicht
Afkortingen
Kwd
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2020
BWB-id
BWBR0008589
Versie
2020-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl