10.1.2 — Toetstermen groot vuurwerk (deel 1) Arbeidsomstandighedenregeling
Toetstermen groot vuurwerk
4.1 Soorten groot vuurwerk De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de verschillende soorten groot vuurwerk, zoals:
4.1.1 | grond-, laag- en hoogvuurwerk
4.1.2 | watervuurwerk
4.1.3 | fonteinen
4.1.4 | Romeinse kaarsen
4.1.5 | flowerbeds
4.1.6 | vuurpijlen
4.1.7 | mortierbommen
4.1.8 | en op welke wijze daarmee veilig kan worden gewerkt
Toelichting Alleen door op de hoogte te zijn van de grote verscheidenheid aan artikelen en toegepaste constructies en de verscheidenheid in opbouw, en vooral door ervaring te hebben met de effecten die hiermee kunnen worden bereikt, is hij in staat om een voorstelling of evenement zo goed en zo veilig mogelijk uit te voeren.
4.2 Gereedschap en hulpmiddelen De deskundige dient kennis te hebben van het gereedschap en de hulpmiddelen die gebruikt worden tijdens het werken met groot vuurwerk.
4.2.1 | Kennis is nodig van gereedschap en materiaal dat gebruikt kan worden voor het bouwen van rekken waarop vuurwerk gemonteerd moet worden, voor het bouwen van stellages, mortierrekken, houders voor fonteinen, Romeinse kaarsen, etc.
Toelichting Niet alleen het monteren van de pyrotechnische artikelen maar ook de stevigheid van stellages is van belang.
4.3 Materiaal
4.3.1 | Grondige kennis is nodig waar het gaat om gereedschap dat gebruikt wordt bij het verwerken van pyrotechnische mengsels en half- en eindfabrikaten van groot vuurwerk.
Toelichting Omdat vooral bij het werken met mengsels en halffabrikaten de kans op ontsteking door vonken groot is, wordt hierbij gebruik gemaakt van speciaal vonkvrij gereedschap. In deze fase van het werken met groot vuurwerk moet extra aandacht besteed worden aan de manier van werken. Welk gereedschap gebruiken bij/voor welk materiaal.
4.4 Inspectie van materialen
4.4.1 | De deskundige dient grondige kennis te hebben van de benodigde materialen alsook de inspectie van die materialen te kunnen uitvoeren.
4.4.2 | Hij dient kennis te hebben van veel voorkomende gebreken en hoe die geconstateerd kunnen worden. Dit betreft het controleren van vuurwerkartikelen op scheuren, lekkage van kruit, gebroken lont, opengescheurde omhullingen, inwerking van vocht, gebroken vuurpijlstokken, etc.
Toelichting Door het grondig inspecteren van de te gebruiken artikelen wordt voorkomen dat onnodig gevaarlijke situaties ontstaan.
4.5 Mortieren – materiaalkeuze
4.5.1 | De deskundige dient een grondige kennis te hebben om een uit oogpunt van veiligheid verantwoorde materiaalkeuze voor mortieren, lengte van de buis en type mortierbom te kunnen maken.
Toelichting Saluutschoten kunnen bijvoorbeeld beter niet afgeschoten worden uit stalen mortieren, terwijl meerslagsbommen beter niet uit kartonnen mortieren verschoten kunnen worden. Bij het gebruik van stalen mortieren, dienen deze naadloos te zijn uitgevoerd, gelet op scherfwerking bij deflagratie van een mortierbom in het mortier. De lengte van de mortieren is van belang voor de hoogte die het projectiel moet behalen.
4.6 Mortieren – plaatsing De deskundige dient een grondige kennis te hebben van:
4.6.1 | het gebruik van mortierbuizen
4.6.2 | het vastzetten en ingraven van buizen
4.6.3 | onderlinge afstanden tussen mortierbuizen
4.6.4 | al dan niet van dezelfde diameter
4.6.5 | het gebruik van mortieren in zogenaamde mortierrekken
Toelichting Indien het veld het toelaat kunnen mortieren direct in de grond ingegraven worden. Het is echter ook mogelijk de mortieren in zogenaamde oliedrums te zetten waarna de drums opgevuld kunnen worden met zand. Een andere mogelijkheid is het ge- bruik van goed verankerde houten mortierrekken.
4.7 Mortieren – inspectie
4.7.1 | De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de manier waarop mortier- buizen geïnspecteerd moeten worden.
4.7.2 | Kritieke punten van een buis, zoals vervorming, scheuren, corrosie etc., moeten be- kend zijn.
Toelichting In mortierbuizen ontstaan zeer hoge, kortstondige drukken door sterke explosies. Het is daarom van groot belang dat ze telkens voor gebruik grondig geïnspecteerd wor- den op onregelmatigheden.
4.8 Mortieren – disfunctionering De deskundige dient een grondige kennis te hebben van:
4.8.1 | de oorzaken en effecten van disfunctionering van losse mortieren en van in groepsverband opgestelde mortieren (onder disfunctioneren wordt verstaan het niet goed functioneren, waarbij gevaar voor gezondheid en veiligheid bestaat)
4.8.2 | de maatregelen die genomen moeten worden om disfunctionering te voorkomen
4.9 Ontstekingsmiddelen De deskundige dient:
4.9.1 | grondige kennis te hebben van de verschillende ontstekingsmiddelen
4.9.2 | grondige kennis te hebben van het handmatig tot ontbranding brengen van vuur- werkartikelen door middel van lont
4.9.3 | kennis te hebben van de verscheidenheid aan lontsoorten, de toepassingen voor de verschillende trage en of snelle lontsoorten en de toepassingswijze
4.9.5 | kennis te hebben van de opbouw en de werking van elektrische ontstekers
4.9.5 | kennis te hebben van de toepassing van de randapparatuur waarmee ontstekers kunnen worden aangestuurd Dit kan variëren van eenvoudige schietkasten tot radiografisch of computergestuurde afvuurinstallaties. Dit houdt tevens in dat de deskundige niet slechts op de hoogte is van de ontwikkelingen op het gebied van de pyrotechniek maar ook van geavanceer- de afvuurinstallaties.
Toelichting Computergestuurd vuurwerk komt met name voor bij pyrotechnische speciale effecten; kennis over de toepassing van deze apparatuur is noodzakelijk.
4.10 Halffabrikaten en losse pyrotechnische middelen
4.10.1 | De deskundige dient een grondige kennis te hebben van mogelijke halffabrikaten en losse pyrotechnische middelen, bijvoorbeeld zwart buskruit en losse sterren.
5.1 Werkplan De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot:
5.1.1 | het opstellen van het werkplan, bedoeld in artikel 4.9, eerste lid, van het Arbobesluit
5.1.2 | het overleggen van het werkplan bij de aanvraag om toestemming van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 3.3.4, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit.
Toelichting Het opstellen van een werkplan dwingt de deskundige tot een grondige voorberei- ding waarbij tevens de mogelijkheid ontstaat om (van te voren) overleg te plegen over de show, hetzij met collega’s, hetzij met gedeputeerde staten die toestemming moeten geven, hetzij met de andere betrokken instanties, bedoeld in artikel 3.3.4, vierde en vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit (gedeputeerde staten die de toepas- singsvergunning hebben verleend; de betrokken luchtvaartdienst, de commandant van de regionale brandweer en de burgemeester van de gemeente waar het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht), hetzij, ter plaatse van het tot ontbranding brengen, met de Nederlandse Arbeidsinspectie.
5.2 Opbouwen van shows
5.2.1 | De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot de wijze waarop een show moet worden opgebouwd. Dit omvat alle aspecten met betrekking tot voorbereiding, uitvoering en afbouw van de show.
5.3 Opbouwen van shows – gereed maken terrein
5.3.1 | De deskundige dient grondige kennis en vaardigheid te hebben met betrekking tot het gereedmaken van het terrein.
Toelichting Onnodige obstakels dienen te worden verwijderd en het terrein moet worden afgezet om de show veilig te kunnen opbouwen. Gedurende het tot ontbranding brengen is het mogelijk dat brandend materiaal op de grond terecht komt. Daarom moet brandbaar materiaal zoveel mogelijk verwijderd worden. Ook obstakels die het rondlopen tijdens het tot ontbranding brengen belemmeren dienen zoveel mogelijk te worden verwijderd.
5.4 Opbouwen van shows – opslag en verladen van vuurwerkartikelen
5.4.1 | De deskundige dient een grondige kennis en vaardigheid te bezitten met betrekking tot veiligheidsaspecten bij het uitladen en de opslag van vuurwerkartikelen.
- Regeling
- Arbeidsomstandighedenregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 27-08-2026
- BWB-id
- BWBR0008587
- Versie
- 2026-08-27_0