10.1.1 — Algemene toetstermen professioneel vuurwerk, pyrotechniek, veiligheid en gezondheid Arbeidsomstandighedenregeling
Algemene toetstermen professioneel vuurwerk, pyrotechniek, veiligheid en gezondheid
1 Wetgeving De deskundige dient kennis te hebben van de geldende wet- en regelgeving die betrekking heeft op het werken met professioneel vuurwerk. Hiertoe behoort in ieder geval de regelgeving op het gebied van:
1.1 | arbeidsveiligheid (arbeidsomstandighedenwetgeving)
1.2 | externe veiligheid
1.3 | milieu (Vuurwerkbesluit, Wet milieubeheer)
1.4 | Grondige kennis van vervoer en verpakking van ontplofbare stoffen (ADR/VLG);
1.5 | wettelijke aansprakelijkheid
1.6 | locale regelgeving: Algemene plaatselijke verordening
Toelichting In algemene zin zijn met het oog op de veiligheid en de gezondheid van belang de Arbeidsomstandighedenwet 1998, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling; voor het werken met professioneel vuurwerk in het bijzonder zijn dit het Vuurwerkbesluit, artikel 4.9 Arbobesluit, de artikelen 4.17a , b, c en d en 9.2 Arboregeling en de Wet explosieven voor civiel gebruik. De Wet explosieven voor civiel gebruik is niet van toepassing op pyrotechnische artikelen (ar- tikel 2, aanhef en onder b.). Grootvuurwerkbedrijven voeren aan en gebruiken klasse 1 stoffen, waaronder zwart buskruit. Op deze stoffen is laatstgenoemde wet wel van toepassing. Vervoer en verpakking van professioneel vuurwerk komen aan de orde in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.
2.1 Pyrotechniek, geschiedenis en ontwikkeling De deskundige dient kennis te hebben van:
2.1.1 | de geschiedenis en ontwikkeling van pyrotechnische effecten
2.1.2 | de processen waardoor onder meer licht-, knal- en flitseffecten worden veroorzaakt en waardoor de voortstuwing en uitstoot van projectielen wordt bewerkstelligd
2.1.3 | nieuwe ontwikkelingen op het gebied van pyrotechniek, in het bijzonder met betrek- king tot professioneel vuurwerk
Toelichting In de pyrotechniek wordt gebruik gemaakt van specifieke grondstoffen, te weten oxidatoren, reductoren en hulpstoffen. Hij dient inzicht te hebben in de toepassingsgebieden en karakteristieke eigenschappen van deze grondstoffen, alsook in de kenmerken waaraan de grondstoffen herkend kunnen worden, zoals kleur, vorm etc. Daarbij aantekenend dat enkele veel gebruikte oxidatoren wit zijn zodat deze op kleur niet te onderscheiden zijn.
2.2 Pyrotechnische mengsels De deskundige dient kennis te hebben van:
2.2.1 | de eigenschappen van pyrotechnische mengsels die in professioneel vuurwerk wor- den toegepast
2.2.2 | de redenen waarom bepaalde mengsels worden gebruikt en in de effecten die met die mengsels gecreëerd kunnen worden
2.2.3 | welke mengsels gebruikt kunnen worden voor rook-, geluid (knal en fluit)-, licht-, vertragingseffecten en voor de uitstoot of voortstuwing van projectielen. Met name kennis over de toepassing van zwart buskruit (massa explosief) is hierbij van belang, alsook ervaring met zwart buskruit. In het bijzonder verdient aandacht de sa- menstelling van zwart buskruit, de mogelijke variaties in samenstelling, de toepassingen van de diverse samenstellingen van zwart buskruit en hun eigenschappen.
2.3 Materiaaleigenschappen met betrekking tot gevoeligheid De deskundige dient grondige kennis te hebben van:
2.3.1 | begrippen als slag-, stoot- en wrijvingsgevoeligheid, vochtgevoeligheid, ontsteektemperatuur en gevoeligheid voor statische elektriciteit, en
2.3.2 | welke invloed deze gevoeligheden hebben op de manier waarop met professioneel vuurwerk gewerkt moet worden om integrale (arbeids- en externe) veiligheid te garanderen
3.1 Veilig werken De deskundige dient grondige kennis te hebben van:
3.1.1 | de benodigde materialen die gevaarsaspecten hebben voor veiligheid en gezondheid
3.1.2 | een goede voorbereiding (procedures)
3.1.3 | een rustige manier van werken
3.1.4 | de juiste werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen
3.1.5 | gereedschappen
3.1.6 | controle van de gebruikte explosieveilige elektrische apparatuur (NPR 7910-2)
3.1.7 | het gebruik en hanteren van (kleine) blusmiddelen
3.1.8 | duidelijke afspraken over werkverdeling en verantwoordelijkheden.
3.1.9 | de deskundige dient te kunnen werken aan de hand van procedures en checklisten en dient deze ook te kunnen opstellen.
Toelichting Het werken met procedures en checklisten die opgesteld zijn op basis van ervaring kan er voor zorgen dat eerder voorgekomen problemen zich niet herhalen.
3.2 Calamiteiten
3.2.1 | De deskundige dient te beschikken over grondige kennis en vaardigheid met betrekking tot de wijze waarop gehandeld moet worden bij calamiteiten.
Toelichting Hoewel openbare diensten zoals ambulancedienst, brandweer en politie bij calamiteiten voor een bepaald deel de verantwoordelijkheid op zich zullen nemen, ligt de eindverantwoordelijkheid voor het vuurwerk bij de deskundige.
3.3 Brandveiligheid
3.3.1 | De deskundige dient inzicht te hebben in situaties waarbij brandend materiaal tot veiligheidsproblemen kan leiden.
3.3.2 | De deskundige de aanwezige brandblusmiddelen te kunnen hanteren.
3.4 Beschermingsmiddelen
3.4.1 | De deskundige dient een grondige kennis te hebben van de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals veiligheidshelm, gehoorbescher-ming, brandwerende handschoenen (afsteken professioneel vuurwerk met toorts), overall, veiligheidsschoenen, gelaatsmasker, adembescherming (dit zowel in verband met giftige grondstoffen als met verbrandingsproducten vrijkomend niet alleen als gas maar ook in rookdeeltjes als barium, strontium etc.).
3.4.2 | De deskundige dient te weten in welke omstandigheden de betreffende beschermingsmiddelen moeten worden gebruikt.
- Regeling
- Arbeidsomstandighedenregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 27-08-2026
- BWB-id
- BWBR0008587
- Versie
- 2026-08-27_0