Lijst van stoffen, behorend bij artikel 2.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (deel 1) Arbeidsomstandighedenregeling
Voor gevaarlijke stoffen die vallen onder de gevarencategorieën opgenomen in kolom 1 van deel 1 van deze lijst, gelden de in kolom 2 van deel 1 van deze lijst opgenomen drempelwaarden.
Wanneer een gevaarlijke stof onder deel 1 van deze lijst valt en ook is opgenomen in deel 2 van deze lijst, zijn de in de kolom 2 van deel 2 van deze lijst opgenomen drempelwaarden van toepassing.
DEEL 1
Categorieën gevaarlijke stoffen
Dit deel beslaat alle gevaarlijke stoffen die in de in kolom 1 vermelde gevarencategorieën vallen:
Kolom 1 | Kolom 2
Gevarencategorieën overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 | Drempelwaarden (ton) van de in artikel 2.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde gevaarlijke stoffen
Rubriek ‘H’- GEZONDHEIDSGEVAREN
Acute toxiciteit • Categorie 1 alle blootstellingsroutes | 1,5
Acute toxiciteit • Categorie 2 alle blootstellingsroutes • Categorie 3 bij inademing (zie aantekening 6) | 15
Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling (SPECIFIC TARGET ORGAN TOXICITY, STOT) • Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling Categorie 1 | 15
Huidcorrosie • Categorie 1 • Subcategorie 1A, 1B en 1C | 15
Rubriek ‘P’- FYSISCHE GEVAREN
Ontplofbare stoffen (zie aantekening 7) • Instabiele ontplofbare stoffen • Subklasse 1.1 • Subklasse 1.2 • Subklasse 1.3 • Subklasse 1.5 | 3
Stoffen of mengsels met explosieve eigenschappen volgens methode A.14 van Verordening (EG) nr. 440/2008 (zie aantekening 8) die niet behoren tot de gevarenklassen organische peroxiden of zelfontledende stoffen en mengsels | 3
Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen • Categorie 1 • Categorie 2 | 15
Ontvlambare gassen • Categorie 1A en 1B • Categorie 2 | 3
Ontvlambare vloeistoffen (B1) • Ontvlambare vloeistoffen Categorie 1 • Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 die bij een temperatuur hoger dan hun kookpunt worden gehouden • Overige vloeistoffen met een vlampunt ≤ 60°C, die bij een temperatuur hoger dan hun kookpunt worden gehouden (zie aantekening 9) • Overige vloeistoffen met een vlampunt > 60°C, die bij een temperatuur hoger dan hun vlampunt worden gehouden | 3
Ontvlambare vloeistoffen (B2) • Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 die bij een temperatuur hoger dan hun vlampunt en lager dan hun kookpunt worden gehouden, • Overige vloeistoffen met een vlampunt ≤ 60°C die bij een temperatuur hoger dan hun vlampunt en lager dan hun kookpunt worden gehouden (zie aantekening 9) | 15
Ontvlambare vloeistoffen (B3) • Ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3 die niet onder B1 of B2 vallen | 1 500
Zelfontledende stoffen en mengsels en organische peroxiden • Zelfontledende stoffen en mengsels Type A of B • Organische peroxiden Type A of B | 3
Zelfontledende stoffen en mengsels en organische peroxiden • Zelfontledende stoffen en mengsels Type C of D • Organische peroxiden Type C of D | 15
Pyrofore vloeistoffen en vaste stoffen • Pyrofore vloeistoffen Categorie 1 • Pyrofore vaste stoffen Categorie 1 | 15
Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels • Categorie 1 • Categorie 2 | 15
Rubriek ‘O’ – OVERIGE GEVAREN
Stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen • Categorie 1 • Categorie 2 • Categorie 3 | 30
Stoffen en mengsels met gevaaraanduiding EUH014 Reageert heftig met water | 30
Stoffen of mengsels met gevarenaanduiding EUH029 Vormt giftig gas in contact met water | 15
DEEL 2
Gevaarlijke stoffen die met naam genoemd worden
Kolom 1 | Kolom 2
Gevaarlijke stoffen | Drempelwaarde (ton) van de in artikel 2.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde gevaarlijke stoffen
1 | Ammoniumnitraat (zie aantekening 10) | 1 500
2 | Ammoniumnitraat (zie aantekening 11) | 375
3 | Ammoniumnitraat (zie aantekening 12) | 105
4 | Ammoniumnitraat (zie aantekening 13) | 3
5 | Kaliumnitraat (zie aantekening 14) | 1 500
6 | Kaliumnitraat (zie aantekening 15) | 375
7 | Broom | 6
8 | Chloor | 3
9 | Fluor | 3
10 | Formaldehyde (concentratie ≥ 90%) | 1,5
11 | Waterstof | 1,5
12 | Chloorwaterstof (vloeibaar gas) | 7,5
13 | Ontvlambare vloeibare gassen, categorie 1 of 2 (inclusief lpg) en aardgas, opgewaardeerd biogas (zie aantekening 16) | 15
14 | Acetyleen | 1,5
15 | Ethyleenoxide | 1,5
16 | Propyleenoxide | 1,5
17 | Methylisocyanaat | 0,045
18 | Zuurstof | 60
19 | 2,4-Tolueendiisocyanaat 2,6-Tolueendiisocyanaat | 3
20 | Carbonylchloride (fosgeen) | 0,09
21 | Arsine (arseentrihydride) | 0,06
22 | Fosfine (fosfortrihydride) | 0,06
23 | Zwaveltrioxide | 4,5
24 | Polychloordibenzofuranen en polychloordibenzodioxinen (inclusief TCDD) uitgedrukt in TCDD-equivalent (zie aantekening 17) | 0,0003
25 | De volgende CARCINOGENEN of de mengsels die de volgende carcinogenen in concentraties van meer dan 5 gewichtsprocent bevatten: 4-aminobifenyl en/of zouten daarvan, benzotrichloride, benzidine en/of zouten daarvan, di(chloormethyl)ether, chloormethylether, 1,2-dibroomethaan, diethylsulfaat, dimethylsulfaat, dimethylcarbamoylchloride, 1,2-dibroom-3-chloorpropaan, 1,2-dimethylhydrazine, dimethylnitrosamine, hexamethylfosforzuurtriamide, hydrazine, 2-naftylamine en/of zouten daarvan, 4-nitrodifenyl en 1,3-propaansulton | 0,15
26 | Aardolieproducten en alternatieve brandstoffen a) benzines en nafta's, b) kerosines (inclusief vliegtuigbrandstoffen), c) gasoliën (inclusief diesel, huisbrandolie en gasoliemengstromen), d) zware stookolie, e) alternatieve brandstoffen met dezelfde toepassing en met gelijkaardige eigenschappen op het vlak van ontvlambaarheid als de onder a) tot en met d) bedoelde producten | 750
27 | Watervrije ammoniak | 15
28 | Boortrifluoride | 1,5
29 | Waterstofsulfide | 1,5
Aantekeningen:
1. Stoffen en mengsels worden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 ingedeeld.
2. Mengsels worden behandeld als zuivere stoffen, mits zij binnen de concentratiegrenzen blijven die zijn vastgesteld aan de hand van hun eigenschappen krachtens de in aantekening 1 vermelde Verordening (EG) nr. 1272/2008 of de meest recente aanpassing daarvan aan de technische vooruitgang, tenzij specifiek een samenstellingspercentage of een andere beschrijving wordt gegeven.
3. De bovenstaande drempelwaarden gelden per bedrijf of inrichting.
De voor de toepassing van de betreffende artikelen in aanmerking te nemen hoeveelheden zijn de maximumhoeveelheden die op enig moment aanwezig zijn of kunnen zijn. Gevaarlijke stoffen die slechts in hoeveelheden van 2% of minder van de vermelde drempelwaarde in een bedrijf of inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn, worden bij de berekening van de totale aanwezige hoeveelheid buiten beschouwing gelaten, indien zij zich op een zodanige plaats in de inrichting bevinden dat deze niet de oorzaak van een zwaar ongeval elders binnen die inrichting kan zijn.
4. Gevaarlijke stoffen die niet onder Verordening (EG) nr. 1272/2008 vallen, waaronder afvalstoffen, maar niettemin in een bedrijf of inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn en onder de in het bedrijf of de inrichting heersende omstandigheden gelijkwaardige eigenschappen hebben of kunnen hebben wat de mogelijkheden van een zwaar ongeval betreft, worden voorlopig toegewezen aan de meest gelijkende categorie of met naam genoemde gevaarlijke stof die onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.
5. Voor gevaarlijke stoffen die zodanige eigenschappen hebben dat ze op verscheidene wijzen kunnen worden ingedeeld, is voor de toepassing van deze regeling de laagste drempelwaarde van toepassing. Wat evenwel de toepassing van de in deel III bedoelde sommatieregel betreft, wordt de laagste drempelwaarde voor elke groep categorieën in deel III bedoelde sommatieregel onder a) en b), welke met de indeling in kwestie overeenkomt, gebruikt.
- Regeling
- Arbeidsomstandighedenregeling
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 27-08-2026
- BWB-id
- BWBR0008587
- Versie
- 2026-08-27_0