wetzoeker

Artikel 3 Regeling uitbetaling vakantie-uitkering

Indien in een periode van twaalf maanden als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet en 50, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, het recht op pensioen dan wel uitkering is beëindigd en nadien in dezelfde periode opnieuw een recht op pensioen dan wel uitkering is ontstaan, wordt voor de berekening van de vakantie-uitkering rekening gehouden met hetgeen over die periode reeds aan vakantie-uitkering op grond van pensioen dan wel uitkering is uitbetaald.

Regeling
Regeling uitbetaling vakantie-uitkering
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBR0008538
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl