wetzoeker

Artikel 7.23a Arbeidsomstandighedenbesluit

Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte

1 Ladders en trappen worden zodanig geplaatst dat bij gebruik hun stabiliteit altijd is gewaarborgd. In ieder geval worden hiertoe de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen genomen:

a. de steunpunten van draagbare ladders en trappen rusten op een stabiele, stevige en onbeweeglijke ondergrond van voldoende omvang, zodat de sporten horizontaal blijven;

b. het wegglijden van de voet van draagbare ladders en trappen tijdens het gebruik wordt tegengegaan door een van de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen:

1°. het vastzetten van boven- of onderkant van de ladderbomen;

2°. een adequate antislipinrichting;

3°. een andere, even doeltreffende maatregel;

c. toegangsladders steken tenminste 1 meter uit boven het toegangsniveau, tenzij andere voorzieningen een veilig houvast mogelijk maken;

d. verrolbare ladders en trappen worden vastgezet voordat zij worden betreden; of

e. hangladders worden stevig vastgemaakt en, met uitzondering van touwladders, zodanig dat zij niet kunnen verschuiven en dat heen en weer zwaaien wordt vermeden.

2 Bij gebruik van ladders en trappen hebben werknemers altijd veilige steun en houvast. In ieder geval worden hiertoe de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen genomen:

a. het met de hand dragen van lasten op een ladder of een trap mag in geen geval een veilig houvast belemmeren;

b. hangladders worden stevig vastgemaakt en, met uitzondering van touwladders, zodanig dat zij niet kunnen verschuiven en dat heen en weer zwaaien wordt vermeden; of

c. de verschillende delen van meerdelige ladders en schuifladders verschuiven niet ten opzichte van elkaar tijdens gebruik.

Regeling
Arbeidsomstandighedenbesluit
Afkortingen
Arbo, Arbobesluit
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0008498
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl