wetzoeker

Wet overleg fysieke leefomgeving

Wet van 11 december 1996, houdende regels betreffende advies en overleg over het beleid inzake verkeer en waterstaat (Wet advies en overleg verkeer en waterstaat)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2021
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0008410
Versie
2021-01-01_0
SHA-256 bron
200a859c56fb70dd0741914ac108eaf3f244e5bf77fabd82cfb6a26966cee330

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (19)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

overlegorgaan: Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, bedoeld in artikel 4.

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Er is een Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving voor het voeren van overleg over het beleid inzake fysieke leefomgeving.

Artikel 5

Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, worden in het overlegorgaan beleidsvoornemens aan de orde gesteld met betrekking tot onderdelen van het beleid inzake fysieke leefomgeving.

Artikel 6

In het overlegorgaan wordt door of namens Onze Minister en waar daartoe aanleiding bestaat, door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, overleg gevoerd met betrokkenen en hun organisaties.

Artikel 7

1 Onze Minister wijst de betrokkenen of hun organisaties aan, die zich in het overlegorgaan kunnen doen vertegenwoordigen.

2 Waar daartoe aanleiding bestaat geschiedt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat.

3 Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen andere betrokkenen of organisaties dan de betrokkenen of organisaties, bedoeld in het eerste lid, bij een vergadering van het overlegorgaan worden betrokken, voor zover dat voor een goede invulling van het overleg wenselijk is.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

1 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat personen als voorzitter van het overlegorgaan. Behoudens toepassing van het vijfde lid, wordt het voorzitterschap van een overlegvergadering steeds door een van deze personen bekleed.

2 De voorzitter heeft in het overlegorgaan zitting zonder last.

3 De benoeming geschiedt voor een periode van ten hoogste vier jaren.

4 Een voorzitter wordt bij voorkeur slechts eenmaal herbenoemd.

5 In bijzondere omstandigheden kan een overlegvergadering worden voorgezeten door een andere persoon die door of namens Onze Minister is aangewezen.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Het overlegorgaan komt bijeen, indien ten minste 5 van de betrokkenen of hun organisaties, bedoeld in artikel 7, eerste lid, daarom verzoeken.

Artikel 12

De gezichtspunten van de in het overlegorgaan vertegenwoordigde afzonderlijke betrokkenen of organisaties van hen, die resulteren uit het gevoerde overleg, worden door dat orgaan schriftelijk ter kennis gebracht van Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, door diens tussenkomst, van Onze Ministers wie het mede aangaat.

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

1 Het overlegorgaan heeft een secretaris.

2 De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor het overlegorgaan uitsluitend verantwoording schuldig aan het overlegorgaan.

3 Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.

4 De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van het overlegorgaan.

5 Onze Minister stelt aan, bevordert, schorst en ontslaat, na overleg met de voorzitters van het overlegorgaan, de secretaris. Onze Minister stelt aan, bevordert, schorst en ontslaat, op voordracht van de secretaris, de andere medewerkers.

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Artikel 19

Deze wet wordt aangehaald als: Wet overleg fysieke leefomgeving.