wetzoeker

Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996

Wet van 29 november 1996 tot invoering van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2002
Rechtsgebied
Arbeidsrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0008368
Versie
2002-01-01_0
SHA-256 bron
7a9259664ef98f358b2303570745f6abc1a8c615444c189de6f9b52690d9eb1d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (37)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37

HOOFDSTUK 1 — DEFINITIES

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Arbeidsvoorzieningsorganisatie, Centraal Bestuur, Regionaal Bestuur, Algemene Directie en Regionale Directie: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Arbeidsvoorzieningswet 1996;

b. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 2

1 De Arbeidsvoorzieningswet en de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet worden ingetrokken.

2 Voor de verschillende artikelen of onderdelen van de artikelen van de Arbeidsvoorzieningswet kan bij koninklijk besluit het tijdstip waarop deze vervallen verschillend worden gesteld.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 3

1 De Arbeidsvoorzieningsorganisatie, genoemd in artikel 2 van de Arbeidsvoorzieningswet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd.

2 Waar in een wettelijk voorschrift of enige andere regeling sprake is van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of een van haar organen als bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet, wordt als zodanig beschouwd de Arbeidsvoorzieningsorganisatie dan wel het daartoe behorende orgaan, bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet 1996.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 4

Aan de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening en van de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet die functies bekleden wordt met ingang van die datum ontslag verleend.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 5

Aan de leden van de raad, bedoeld in artikel 74 van de Arbeidsvoorzieningswet, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet die functie bekleden wordt met ingang van die datum ontslag verleend.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 6

De ontslagcommissie, bedoeld in artikel 37 van de Arbeidsvoorzieningswet, de benoemingen van leden en plaatsvervangende leden van die commissie, voor de daarbij vastgestelde tijd, en de regels die zijn gesteld op grond van het zevende en het achtste lid van genoemd artikel, berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 op artikel 43 van die wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 7

De algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 61, eerste lid, onderdeel d, van de Arbeidsvoorzieningswet berust met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 op artikel 69, eerste lid, onderdeel d, van die wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 8

De door het Centraal Bestuur op grond van de artikelen 18 en 21, derde lid, onderscheidenlijk 66, eerste lid, 67 en 69 van de Arbeidsvoorzieningswet gestelde regels berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 op artikel 23, onderscheidenlijk de artikelen 74, eerste lid, 75 en 77 van die wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 9

De door de Regionale Besturen op grond van de artikelen 30 en 33, derde lid, van de Arbeidsvoorzieningswet gestelde regels berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, doch uiterlijk tot het tijdstip met ingang waarvan het Centraal Bestuur toepassing geeft aan artikel 23, onderdeel b, van die wet, op artikel 35 van laatstbedoelde wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 10

Het reglement, bedoeld in artikel 19 van de Wet persoonsregistraties en vastgesteld door het Centraal Bestuur op grond van artikel 66, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet berust met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, doch uiterlijk tot en met de laatste dag van de vijfde kalendermaand na die datum, op artikel 74, tweede lid, van die wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 11

De door het Centraal Bestuur op grond van artikel 14, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet gestelde en door Onze Minister op grond van artikel 109 van die wet goedgekeurde regels berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, doch uiterlijk tot en met de laatste dag van de vijfde kalendermaand na die datum, op artikel 19, onderdeel b, van die wet en gelden voor hetzelfde tijdvak als goedgekeurd door Onze Minister op grond van artikel 87 van laatstbedoelde wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 12

De door het Centraal Bestuur op grond van artikel 27 van de Arbeidsvoorzieningswet gestelde regels berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, doch uiterlijk tot en met de laatste dag van de vijfde kalendermaand na die datum, op artikel 32 van die wet en gelden voor hetzelfde tijdvak als goedgekeurd door Onze Minister op grond van artikel 87 van laatstbedoelde wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 13

De door het Centraal Bestuur op grond van artikel 99 van de Arbeidsvoorzieningswet gestelde regels en de daarop steunende besluiten berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 op artikel 81, eerste en tweede lid, van die wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 14

De door de Regionale Besturen op grond van artikel 99 van de Arbeidsvoorzieningswet gestelde regels en de daarop steunende besluiten berusten met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, doch uiterlijk tot het tijdstip met ingang waarvan het Centraal Bestuur toepassing geeft aan artikel 81, derde lid, van die wet, op artikel 81, eerste en tweede lid, van laatstbedoelde wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 15

De vaststelling van het aantal en de werkgebieden van de Regionale Besturen, zoals deze ingevolge besluit van het Centraal Bestuur op grond van artikel 9 van de Arbeidsvoorzieningswet geldt, berust met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 op artikel 13 van die wet.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 16

1 Ten aanzien van de oprichting of mede-oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die heeft plaatsgevonden vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, is artikel 10, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 eerst na verloop van één jaar na die datum van toepassing.

2 Ten aanzien van een oprichting, mede-oprichting of deelneming als bedoeld in het eerste lid waaruit geen verplichtingen, rechten of bevoegdheden van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met betrekking tot de stichting, maatschap, vennootschap, vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zijn voortgevloeid of nog kunnen voortvloeien, is artikel 10, tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 17

1 Onze Minister is bevoegd in plaats van de tijdstippen, genoemd in de Afdelingen 3 en 4 van hoofdstuk II van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, andere tijdstippen vast te stellen alsmede te bepalen dat anderszins wordt afgeweken van de bij of krachtens die afdelingen gegeven regels dan wel dat de toepassing daarvan achterwege blijft, voor zover dat in verband met de datum van inwerkingtreding van die wet noodzakelijk is.

2 Onze Minister is bevoegd, voor zover dat in verband met de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 noodzakelijk is, regels te stellen met betrekking tot de bevoegdheid van het Centraal Bestuur en de Regionale Besturen tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven en de daaraan ten grondslag te leggen begrotingen en beleidsplannen.

3 Onze Minister is overigens bevoegd met het oog op een goede invoering van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 regels te stellen, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij en krachtens die wet en de Arbeidsvoorzieningswet.

4 Alvorens toepassing te geven aan dit artikel hoort Onze Minister het Centraal Bestuur.

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 1 — Algemeen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 2

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 2

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk 2 — Overgangsrecht Arbeidsvoorzieningswet › Afdeling 2

Artikel 21

Vervallen.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 22

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 23

Wijzigt de Organisatiewet sociale verzekeringen.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 24

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 25

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 26

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 27

Wijzigt de Wet arbeid gehandicapte werknemers.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 28

Vervallen

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 29

Wijzigt de Noodwet Arbeidsvoorziening.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 30

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 31

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Hoofdstuk 3 — Wijziging van andere wetten

Artikel 32

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 4 — Overige en slotbepalingen

Artikel 33

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Overige en slotbepalingen

Artikel 34

Vervallen

Hoofdstuk 4 — Overige en slotbepalingen

Artikel 35

Het Centraal Bestuur geeft in elk geval met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en vervolgens gedurende het tijdvak van de eerste vier kalenderjaren na die datum in elk geval telkens met ingang van ieder kalenderjaar toepassing aan artikel 68, onderdelen a–e, van die wet.

Hoofdstuk 4 — Overige en slotbepalingen

Artikel 36

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Hoofdstuk 4 — Overige en slotbepalingen

Artikel 37

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996.