wetzoeker

Artikel 8 Financiële-verhoudingswet

De algemene uitkering

1 Ten behoeve van de verdeling van het provinciefonds en het gemeentefonds worden verdeelmaatstaven gehanteerd. De maatstaven hebben slechts betrekking op de kenmerken die zijn vermeld in de navolgende tabellen A en B. Bij een kenmerk worden ten minste de in de tabellen vermelde onderscheidingen aangebracht.

Tabel A Kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven voor het provinciefonds

Kenmerk | Onderscheidingen

a | Belastingcapaciteit van de provincies ter zake van de motorrijtuigenbelasting

b | Inkomsten uit eigen vermogen van de provincies

c | De inwoners van de provincies | Bevolkingsdichtheid

d | Het grondgebied van de provincies | Oppervlakte

Bodemgebruik

e | Vaste bedragen voor de provincies

Tabel B Kenmerken en onderscheidingen van de verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds

Kenmerk | Onderscheidingen

a Belastingcapaciteit van de gemeenten ter zake van de onroerende-zaakbelastingen | Belastingcapaciteit ter zake van woningen

Belastingcapaciteit ter zake van niet-woningen

b De inwoners van de gemeenten | Leeftijd

Woonplaats

Inkomen

Recht op uitkering

Behoren tot een minderheidsgroep

Beroep op voorzieningen in de gemeenten

c Het grondgebied van de gemeenten | Oppervlakte

Bodemgesteldheid

Historische kern

d De bebouwing in de gemeenten | Grondoppervlak bebouwing

Woonruimten

Historisch aantal woonruimten

Noodzaak voor vernieuwing van de bebouwing

Dichtheid van de bebouwing

e Vaste bedragen voor gemeenten | Vaste bedragen voor de vier grootste steden

Vast bedrag voor de waddengemeenten

Vast bedrag voor alle gemeenten

f Tijdelijke ondersteuning van gemeenten in verband met herindeling

2 De belastingcapaciteit ter zake van woningen, bedoeld in tabel B onder a, wordt slechts voor 80% in de verdeelmaatstaf betrokken. De belastingcapaciteit ter zake van niet-woningen wordt slechts voor 70% in de verdeelmaatstaf betrokken.

3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke verdeelmaatstaven worden gehanteerd en hoe deze worden gehanteerd. Krachtens de maatregel kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van de bij de bepaling gebruikte begrippen en omtrent de wijze van telling van het aantal eenheden per verdeelmaatstaf.

4 Een krachtens het derde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Regeling
Financiële-verhoudingswet
Afkortingen
FVW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0008290
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl