wetzoeker

Regeling betreffende het stempelvonnis

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-1996
Afkortingen
Rbhs
Rechtsgebied
Financieel-economisch strafrecht, Procesrecht, Strafprocesrecht, Strafrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0008268
Versie
1996-11-01_0
SHA-256 bron
75be03f4ef01cbaf8ccd6215f73883035e51c0d883f56bb8c1215b6ef89234aa

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld in artikel 378a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de navolgende gegevens te bevatten:

1. de naam van de politierechter, kinderrechter, of de economische politierechter;

2. de dag van de uitspraak;

3. de omstandigheid of de uitspraak bij verstek of op tegenspraak is gedaan;

4. indien een veroordeling is uitgesproken, de kwalificatie van het strafbare feit dat het bewezenverklaarde oplevert;

5. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast;

6. de opgelegde straf of maatregel;

7. de eventuele andere door de rechter genomen beslissingen;

8. eventueel de bijzondere strafmotivering;

9. de afstand ter terechtzitting van rechtsmiddelen.

Artikel 2

De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld in artikel 395a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de navolgende gegevens te bevatten:

1. de naam van de kantonrechter;

2. de dag van de uitspraak;

3. de omstandigheid of de uitspraak bij verstek of op tegenspraak is gedaan;

4. indien een veroordeling is uitgesproken, de kwalificatie van het strafbare feit dat het bewezenverklaarde oplevert;

5. de opgelegde straf of maatregel;

6. de eventuele andere beslissing van de kantonrechter;

7. de afstand ter terechtzitting van rechtsmiddelen.

Artikel 3

De aantekening van het mondeling vonnis als bedoeld in artikel 426e, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de navolgende gegevens te bevatten:

1. de naam van de rechter;

2. de dag van de uitspraak;

3. de omstandigheid of de uitspraak bij verstek of op tegenspraak is gedaan;

4. indien een veroordeling is uitgesproken, de kwalificatie van het strafbare feit dat het bewezenverklaarde oplevert;

5. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast;

6. de opgelegde straf of maatregel;

7. de eventuele andere door de rechter genomen beslissingen;

8. eventueel de bijzondere strafmotivering.

Artikel 4

De beschikking van 16 december 1975, Stcrt. 1976, 3, wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van tot wijziging van de bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering betreffende het proces-verbaal van de terechtzitting en het vonnis in werking treedt.