wetzoeker

Verhaalsregeling pensioenpremies sector Rijk bij buitengewoon verlof van lange duur

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-10-1996
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0008264
Versie
1996-10-10_0
SHA-256 bron
d7a2f2ff80c2b75576bf8b6b7439547be111b34596b54b547a3a05ff5ffd8299

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Pensioenreglement:

het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;

werkgever:

de overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel m, van de Wet privatisering ABP;

deelnemer:

de deelnemer, bedoeld in artikel 2.4 van het Pensioenreglement, die op basis van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in burgerlijke rijksdienst is aangesteld;

verhaal:

de in artikel 3 van de Pensioenovereenkomst bedoelde inhouding op het salaris van de deelnemer wegens verhaal van pensioenpremies.

Artikel 2

1 Tenzij door of namens de werkgever anders is bepaald, is gedurende de tijd waarin de deelnemer in verband met buitengewoon verlof geheel is ontheven van de uitoefening van zijn functie anders dan voor de vervulling van een politieke functie waarin pensioenaanspraken worden verkregen, het verhaal gelijk aan de pensioenpremies die de betrokken werkgever voor hem is verschuldigd.

2 Tenzij door of namens de werkgever anders is bepaald, is gedurende de tijd waarin de deelnemer in verband met buitengewoon verlof gedeeltelijk is ontheven van de uitoefening van zijn functie anders dan voor de vervulling van een politieke functie waarin pensioenaanspraken worden verkregen, het verhaal gelijk aan de pensioenpremies die de betrokken werkgever voor hem naar evenredigheid over dat gedeelte is verschuldigd.

3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de ontheffing:

a. uitsluitend in het persoonlijk belang van de deelnemer voor ten hoogste veertien aaneengesloten kalenderdagen is verleend;

b. is verleend in verband met ouderschapsverlof;

c. verband houdt met de terugbrenging van de werktijd, bedoeld in artikel 21a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 34a van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;

d. verband houdt met de vervulling van de militaire dienstplicht;

e. is verleend voor de vervulling van een politieke functie waarin geen pensioenaanspraken worden verkregen.

Artikel 3

De deelnemer ten aanzien van wie de werkgever het verschuldigde verhaal niet of niet volledig op zijn salaris kan inhouden, voldoet de in verband daarmee op hem rustende schuld maandelijks. De werkgever kan met de deelnemer een afwijkende betalingsregeling treffen.

Artikel 4

1 Zodra vaststaat dat de tijd gedurende welke de deelnemer is ontheven van de uitoefening van zijn betrekking geen pensioengeldige diensttijd is krachtens het Pensioenreglement, restitueert de werkgever aan de deelnemer de op de deelnemer verhaalde bedragen wegens premies voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen.

2 De in het eerste lid bedoelde restitutie zal het bedrag dat de werkgever van de Stichting Pensioenfonds ABP terzake van gerestitueerde pensioenpremies ten behoeve van de deelnemer ontvangt, niet te boven gaan.

3 De werkgever is over de in het eerste lid bedoelde restitutie aan de deelnemer geen rente verschuldigd.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Verhaalsregeling pensioenpremies sector Rijk bij buitengewoon verlof van lange duur.