wetzoeker

Artikel 3 Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

1 Voor het verlengen van de termijn van geldigheid van het bewijs van luchtwaardigheid wordt door de eigenaar of houder van een amateurluchtvaartuig een aanvraag ingediend bij de directeur-generaal.

2 In de aanvraag wordt aangegeven:

a. dat het amateurluchtvaartuig nog steeds in luchtwaardige toestand verkeert;

b. dat eventuele wijzigingen zijn goedgekeurd door de ontwerper;

c. dat eventuele geluidswijzigingen en wijzigingen van de verplichte instrumenten, radio en transponder zijn goedgekeurd door de directeur-generaal, onder vermelding van het goedkeuringsnummer van de wijziging;

d. dat het amateurluchtvaartuig is onderhouden conform de aanwijzingen van de ontwerper;

e. het aantal vlieguren tijdens de voorgaande 12 maanden.

3 Bij de aanvraag wordt een log-entry gevoegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen (AD), bijzondere luchtwaardigheidsaanwijzingen (BLA) en onderhoudsaanwijzingen voor luchtvaartmaterieel (OAL);

Regeling
Beleidsregel amateurluchtvaartuigen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
30-10-1996
BWB-id
BWBR0008263
Versie
1996-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl