wetzoeker

8 — Gevolgen bij termijnoverschrijding bij een voorkeursrecht met tijdelijke werking Wijziging Wet voorkeursrecht gemeenten

Gevolgen bij termijnoverschrijding bij een voorkeursrecht met tijdelijke werking

Het systeem van de wet is er op gericht dat de bij een voorkeursrecht betrokken grond niet langer dan nodig met dat recht wordt ’bezwaard’. Heeft de gemeente een voorkeursrecht gevestigd en wordt aan de criteria voor die vestiging niet meer voldaan, dan moet dit recht vervallen. Hetzelfde geldt als de termijn die aan dat voorkeursrecht was gekoppeld is overschreden, tenzij uiteraard vóórdien het voorkeursrecht bestendigd is door inwerkingtreding van een opvolgende aanwijzing van de betrokken gronden.

Zo dient een voorstel van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 6 of artikel 8a, waaraan het rechtsgevolg van een voorkeursrecht is verbonden, vóór het verstrijken van de termijn door een raadsbesluit tot aanwijzing te worden bestendigd om het rechtsgevolg te kunnen laten voortduren. Gebeurt dit niet dan vervalt het recht, waarna het conform de in artikel 5 bedoelde wijze dient te worden doorgehaald.

In dit verband wordt er op gewezen, dat mocht dat doorhalen uit eigen beweging of na een daartoe strekkend verzoek achterwege blijven, beroep kan worden gedaan op de Awb: bezwaarschriftprocedure bij burgemeester en wethouders en beroep op de administratieve rechter. Voor de mogelijk hieruit voortvloeiende schade kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld.

Regeling
Wijziging Wet voorkeursrecht gemeenten
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
25-09-1996
BWB-id
BWBR0008242
Versie
1996-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl