wetzoeker

2.1 — Het begrip uitbreidingscapaciteit Wijziging Wet voorkeursrecht gemeenten

Het begrip uitbreidingscapaciteit

Voor vrijwel geen enkele gemeente zijn de mogelijkheden tot bijvoorbeeld de bouw van een aantal woningen geheel uitgesloten. Ook voor kleinere gemeenten staan de streekplannen in het algemeen een bescheiden mate van woningbouw toe. Dat wil echter allerminst zeggen dat al deze gemeenten een uitbreidingscapaciteit zouden hebben als bedoeld in artikel 2a. Uit de tekst van het artikel blijkt een andere strekking.

Bij de in artikel 2a bedoelde uitbreidingscapaciteit wordt expliciet gedoeld op een taak – in ’actieve’ of ’positieve’ zin – voor de gemeente, die voortvloeit uit het beleid van rijk of provincie. Dit blijkt onder meer uit de woorden ’toegedacht of gegeven’. Het gaat dus niet om een uitbreidingscapaciteit die (’automatisch’) voortvloeit uit wat een gemeentebestuur wil ontwikkelen. Het gaat hierbij evenmin om de ruimte die de gemeente door rijk of provincie – in ’passieve’ zin – gelaten wordt. In een dergelijk geval zou immers zijn gekozen voor termen als ’toegestaan’ of ’toegelaten’.

Kort gekarakteriseerd ziet artikel 2a dus op een uit bovengemeentelijk beleid voortvloeiende taakstelling in plaats van een blijkens het bovengemeentelijk ruimtelijk beleid toegelaten ruimte voor aanvullende bebouwing. Die taakstelling moet voor een gemeente een uitbreidingscapaciteit bevatten waarin de gemeente individueel dan wel samen met andere gemeenten bijdraagt aan de verstedelijking in een regio.

Het begrip uitbreidingscapaciteit in de zin van deze wet is overigens niet beperkt tot woningbouw; het kan ook gaan om een uitbreidingscapaciteit voor bijvoorbeeld industrie-, of bedrijvenvestiging of de aanleg van een groenvoorziening.

Indien een zodanige taakstelling voortvloeit uit rijksbeleid wordt deze doorgaans vastgelegd in een planologische kernbeslissing. De pkb Nationaal Ruimtelijk Beleid is duidelijk op dit punt: een aantal van de zogenoemde VINEX-gemeenten hebben bij deze pkb direct een uitbreidingscapaciteit toegewezen gekregen en het lijdt geen twijfel dat deze gemeenten bevoegd zijn het voorkeursrecht te vestigen. Dat geldt eveneens voor de meeste streekplannen; uit de plankaart en de beschrijving blijkt meestal wel wanneer er sprake is van een uitbreidingscapaciteit in de zin van artikel 2a.

Regeling
Wijziging Wet voorkeursrecht gemeenten
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
25-09-1996
BWB-id
BWBR0008242
Versie
1996-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl