wetzoeker

Artikel 9 Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996

Teboekstelling en doorhaling van de teboekstelling

1 De aangifte, bedoeld in artikel 1304, eerste lid, onder b, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, voorzien van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde rechterlijke machtiging, ter inschrijving aangeboden.

2 De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op de aangifte aangetekend.

3 Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de verzoeker over:

a. een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, en l, van de wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen;

b. indien het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands luchtvaartuig heeft, een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven verklaring, dat de inschrijving van het luchtvaartuig in het Nederlandse register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3 van de Wet luchtvaart, is doorgehaald;

c. in de andere gevallen de bescheiden, waaruit de gestelde feiten blijken.

Regeling
Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996
Afkortingen
Maatr lv 1996
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2008
BWB-id
BWBR0008233
Versie
2008-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl