wetzoeker

Mandaatsbesluit uitvoering Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren Defensie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-08-1996
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0008110
Versie
1996-08-29_0
SHA-256 bron
6824c5d7b67eb19b1cf6b233cba85f9c96491ca78e7f0ce8588e816c877288c5

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. het ABP:

de Stichting Pensioenfonds ABP;

b. de Staatssecretaris:

de Staatssecretaris van Defensie;

c. de FLO-regeling:

het Besluit van 25 juni 1993, houdende de regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel 2

De Staatssecretaris verleent aan het bestuur van het ABP mandaat tot het nemen van besluiten ter uitvoering van de FLO-regeling.

Artikel 3

Het ABP legt een voorgenomen besluit, voor zover dit voortkomt uit de uitvoering van de FLO-regeling, voor aan de Staatssecretaris indien:

a. het bestuur van het ABP gerede twijfels heeft over het in een individueel geval toepassen van de FLO-regeling en/of

b. het naar het oordeel van het bestuur van het ABP een geval betreft dat grote beleidsmatige en/of financiële gevolgen kan hebben voor het Ministerie van Defensie, dan wel kan leiden tot precedentwerking.

Artikel 4

1 Het bestuur van het ABP kan het hem aan artikel 2 ontleende mandaat geheel of gedeeltelijk mandateren aan andere dan de in artikel 5 genoemde functionarissen van het ABP.

2 De verlening van een mandaat door het bestuur van het ABP geschiedt schriftelijk.

3 De verlening van een mandaat door het bestuur van het ABP behoeft de goedkeuring van de Staatssecretaris.

Artikel 5

De Staatssecretaris verleent mandaat aan de functionarissen van Juridische en Fiscale Zaken van de Bedrijfs-eenheid Pensioenen van het ABP te beslissen op een bezwaarschrift ten aanzien van de ingevolge artikel 2 genomen besluiten.

Artikel 6

De Staatssecretaris verleent aan het bestuur van het ABP bevoegdheid in rechte op te treden, indien tegen een ingevolge artikel 4 danwel artikel 5 genomen besluit beroep of cassatie wordt ingesteld.

Artikel 7

Het bestuur van het ABP houdt een register bij betreffende verleende mandaten. Het register bevat de namen van de functionarissen van het ABP die op basis van het mandaat besluiten kunnen nemen, alsmede gegevens omtrent de inhoud van het mandaat.

Artikel 8

De stukken die op grond van dit besluit worden afgedaan en ondertekend, vermelden aan het slot:

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

namens deze,

...... (de functie van de ondertekenaar)

...... (handtekening en naam van de functionaris)

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op de datum van publikatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 1996.