wetzoeker

Instellingsbeschikking begeleidingscommissie verkenning ruimtetekort mainport Rotterdam

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-1996
Rechtsgebied
Omgevingsrecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0008091
Versie
1996-08-01_0
SHA-256 bron
766882531955f75ee23f53b5def7a71ac0e77e547caebec519908dc775bf7223

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

1 Er is een Begeleidingscommissie verkenning ruimtetekort mainport Rotterdam, nader te noemen: de Commissie.

2 De Commissie is ingesteld met ingang van 9 mei 1996 voor de periode die loopt tot aan het tijdstip waarop door het Kabinet een Projectbeslissing is genomen als bedoeld in het Kabinetsstandpunt WRR-advies ’Besluit Grote Projecten’.

3 Verlenging van de in lid 2 genoemde periode vindt alleen plaats bij afzonderlijk besluit.

Artikel 2

1 De Commissie heeft tot taak het begeleiden van het proces van besluitvorming in de voorfase, hierna te noemen de ’Verkenningsfase’, als bedoeld in het Kabinetsstandpunt WRR-advies ’Besluit Grote Projecten’, met betrekking tot het vraagstuk van het ruimtetekort in de Rotterdamse haven voor de ontwikkeling van de mainport Rotterdam;

2 De Commissie beoordeelt in elk geval:

a. de aanpak van de Verkenningsfase;

b. de wijze waarop maatschappelijke factoren bij het proces worden betrokken;

c. de communicatie tussen het rijk en andere procespartners en

d. de in het proces getroffen waarborgen voor een inhoudelijke onderbouwing van de verkenningsfase.

3 De Commissie rapporteert haar bevindingen aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3

In de Commissie worden benoemd:

a. tot voorzitter, tevens lid: de heer drs. L. M. L. H. A. Hermans

b. tot lid: mevrouw prof. dr. J. M. Cramer, de heer ir. J. van Dixhoorn, de heer ir. B. van Nederveen, de heer prof. dr. P. Nijkamp en mevrouw ir. L. E. Stolker-Nanninga.

Artikel 4

De Commissie regelt haar werkzaamheden naar eigen inzicht.

Artikel 5

1 De voor het functioneren van de Commissie noodzakelijk geachte kosten komen ten laste van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

2 Voor het gebruikmaken van diensten van derden behoeft de Commissie, voor zover daaraan financiële verplichtingen voor het Rijk verbonden zijn, voorafgaande goedkeuring van de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 6

1 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie op overeenkomstige wijze als bij het departement van Verkeer en Waterstaat.

2 De bescheiden worden bij opheffing van de Commissie in het Centraal archief van dit departement opgenomen.