wetzoeker

Artikel 40 Oorlogswet voor Nederland

Buitengewone bevoegdheden

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 De officieren of opsporingsambtenaren, aangewezen door het militair gezag, zijn bevoegd alle voorwerpen, waarvan ernstig vermoeden bestaat dat zij zullen dienen tot het in gevaar brengen van de uitwendige of inwendige veiligheid, dan wel van belang zijn voor de waarheidsvinding omtrent een mogelijk in gevaar brengen van die veiligheid, te onderzoeken of voor het militair gezag in beslag te nemen.

2 Van elke inbeslagneming wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal dat mede de redenen van de inbeslagneming vermeldt, wordt binnen tweemaal vierentwintig uren bij het militair gezag ingeleverd en aan belanghebbende in afschrift medegedeeld, voor zover mededeling aan belanghebbende niet strijdig wordt geoordeeld met het belang van de staat.

Regeling
Oorlogswet voor Nederland
Afkortingen
OWN
Soort
Wet
Geldend vanaf
17-02-1999
BWB-id
BWBR0007983
Versie
1999-02-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl