wetzoeker

Artikel 28 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Buitengewone bevoegdheden

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, indien bij nader onderzoek blijkt dat een internering ten onrechte heeft plaatsgevonden, op verzoek van een gewezen geïnterneerde of diens erfgenamen naar billijkheid een geldelijke tegemoetkoming toekennen voor de schade die de gewezen geïnterneerde als onmiddellijk gevolg van de internering heeft geleden.

2 Het daartoe strekkend verzoek wordt slechts in behandeling genomen, indien het is ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de invrijheidstelling of het overlijden tijdens de internering heeft plaatsgevonden.

Regeling
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
Afkortingen
Wbbbg
Soort
Wet
Geldend vanaf
22-02-2021
BWB-id
BWBR0007982
Versie
2021-02-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl