wetzoeker

Artikel 18 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag

Buitengewone bevoegdheden

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 Indien de omstandigheden die tot de afkondiging van de algemene noodtoestand hebben geleid, een bedreiging voor het volksbestaan inhouden, zijn Onze Minister van Veiligheid en Justitie en, indien onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, de commissaris van de Koning bevoegd iedere persoon ten aanzien van wie gegrond vermoeden bestaat dat hij de openbare orde en veiligheid in gevaar zal brengen, te interneren.

2 De geïnterneerde wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de redenen van zijn internering, voor zover het belang van de staat zich hiertegen niet verzet, en wordt hierover zo mogelijk gehoord. Van elke internering wordt proces-verbaal opgemaakt. In dit proces-verbaal, dat mede de redenen van de internering vermeldt, wordt de verklaring van de geïnterneerde of de reden van het ontbreken daarvan opgenomen.

3 Het proces-verbaal wordt binnen tweemaal vierentwintig uren in afschrift toegezonden aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie, aan de rechtbank van de plaats waar de geïnterneerde geïnterneerd is, en aan de geïnterneerde. Voor zover mededeling van de redenen van de internering aan de geïnterneerde strijdig wordt geoordeeld met het belang van de staat, worden deze in het voor hem bestemde afschrift niet opgenomen. Bij de toezending van het afschrift aan de geïnterneerde wordt mededeling gedaan van het recht een verzoekschrift overeenkomstig artikel 19 in te dienen en om aanwijzing van een raadsman te verzoeken.

4 Op verzoek van de rechtbank zendt Onze Minister van Veiligheid en Justitie haar alle ter zake dienende stukken en verschaft hij haar mondeling alle gevraagde inlichtingen. Onze voornoemde Minister is bevoegd bij het verschaffen van schriftelijke en mondelinge gegevens te bepalen dat het belang van de staat zich verzet tegen kennisneming daarvan door anderen dan de rechtbank.

5 Op verzoek van de geïnterneerde die geen raadsman heeft, wordt voor hem een raadsman aangewezen. De artikelen 37, 38 en 43 tot en met 45 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

6 De geïnterneerde heeft recht op kennisneming van de processtukken, behoudens voor zover het bepaalde in de laatste volzin van het vierde lid toepassing heeft gevonden.

Regeling
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
Afkortingen
Wbbbg
Soort
Wet
Geldend vanaf
22-02-2021
BWB-id
BWBR0007982
Versie
2021-02-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl