wetzoeker

Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet

Besluit van 21 maart 1996, houdende verlening van enige vrijstellingen van de verboden van de Winkeltijdenwet

Soort
AMvB
Geldend vanaf
04-07-2015
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0007953
Versie
2015-07-04_0
SHA-256 bron
5cbd666858a3ff77b9c3e5b4f6c4b23bf22819ec1629a1df09f20a563af95416

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (25)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 7a
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 16
  18. Artikel 17
  19. Artikel 18
  20. Artikel 19
  21. Artikel 20
  22. Artikel 21
  23. Artikel 22
  24. Artikel 23
  25. Artikel 24

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

wet: de Winkeltijdenwet;

feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag;

automaat: een toestel, waaruit goederen, hetzij door inwerping van geldstukken, hetzij door betaling op andere wijze, kunnen worden betrokken, zonder dat daartoe onmiddellijke medewerking van andere personen dan degene, die de goederen betrekt, vereist is.

Artikel 2

De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van apotheken.

Artikel 3

1 De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van ziekenhuizen en verpleeghuizen, waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te worden verkocht.

2 De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden gelden in of op het terrein van ziekenhuizen en verpleeghuizen niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.

Artikel 4

1 De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van winkels in een station als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Spoorwegwet.

2 De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden of verkopen van bloemen en planten in een station als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Spoorwegwet dan wel op een afstand van ten hoogste honderd meter daarvan.

Artikel 5

1 De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van winkels, gelegen op luchtvaartterreinen die opengesteld zijn voor intercontinentaal verkeer.

2 De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden gelden niet op luchtvaartterreinen die opengesteld zijn voor intercontinentaal verkeer.

Artikel 6

De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van een winkel in een benzinestation, mits in die winkel de omzet uit de verkoop van goederen grotendeels wordt behaald uit de verkoop van brandstof en smeermiddelen voor voer- of vaartuigen en van benodigdheden voor gebruik, reiniging of spoedeisende reparaties van voer- of vaartuigen alsmede accessoires daarvoor.

Artikel 7

De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van een winkel in een restaurant, dat is gelegen aan een autosnelweg als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, mits in dat restaurant de omzet grotendeels wordt behaald met het verstrekken van maaltijden, dranken en kleine eetwaren voor directe consumptie ter plaatse en het aanbieden van logiesaccommodatie.

Artikel 7a

De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van een winkel in een aan een autosnelweg gelegen onderneming waarin de functie van een benzinestation als bedoeld in artikel 6 en van een restaurant als bedoeld in artikel 7, wordt gecombineerd, mits in die winkel of in relatie tot die winkel de omzet grotendeels wordt behaald uit het totaal van de verkoop van goederen als bedoeld in artikel 6 alsmede het verstrekken van eet- en drinkwaren en het aanbieden van logiesaccommodatie als bedoeld in artikel 7.

Artikel 8

1 De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen ten behoeve van binnenkomende, doorgaande of uitgaande schepen, niet zijnde pleziervaartuigen, plegen te worden verkocht.

2 De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van goederen ten behoeve van binnenkomende, doorgaande of uitgaande schepen, niet zijnde pleziervaartuigen.

Artikel 9

1 De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk nieuwsbladen en tijdschriften plegen te worden verkocht.

2 De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van nieuwsbladen en tijdschriften.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 24

Dit besluit wordt aangehaald als: Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet.