wetzoeker

Artikel 4 Warenwetregeling kaaskorstbedekkingsmiddelen

1 Op de korst van kaas, bedoeld in artikel 9 van het Warenwetbesluit Zuivel, mogen kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van alginaten, celluloses, of mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, welke veresterd mogen zijn met azijnzuur, worden aangebracht.

2 Kaaskorstbedekkingsmiddelen op basis van mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur, worden vervaardigd uit:

a. mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren, veresterd met azijnzuur (E 472a);

b. mono- en diglyceriden van eetbare vetzuren (E 471);

c. gehydreerde natuurlijke oliën en vetten, geschikt voor consumptie door de mens; of

d. bijenwas (E 901), carnaubawas (E 903), of gehydrogeneerde ricinusolie (Europese Farmacopee, monograph 1497).

3 Bij de bereiding van de in het tweede lid bedoelde kaaskorstbedekkingsmiddelen mogen worden toegevoegd:

a. de bestanddelen, genoemd in artikel 3, tweede lid, tot ten hoogste 40%; of

b. de bestanddelen, genoemd in artikel 3, vierde lid, onder a tot en met j, tot ten hoogste 10%.

Regeling
Warenwetregeling kaaskorstbedekkingsmiddelen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0007887
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl