wetzoeker

Beoordeling Subsidieregelingen van de Stichting Fonds voor de Scheppende Toonkunst

13. Met inachtneming van de doelstelling van het Fonds, de in dit reglement neergelegde formele en materiële vereisten, de in de jaarverslagen en beleidsplannen neergelegde beleidsdoelen en prioriteiten, de in artikel 21d van het huishoudelijk reglement bedoelde prioriteitsstelling, beslist het bestuur over het al dan niet toekennen van een compositie-opdracht op grond van de volgende (combinatie van) factoren, waarvan de kwaliteitsfactor voorop staat:

a. de verwachtingen die het bestuur heeft ten aanzien van het resultaat, gebaseerd op de kwaliteit van de door de betreffende componist vervaardigde werken. Daarbij wordt aandacht besteed aan muzikale zeggingskracht, oorspronkelijkheid en vakmanschap;

b. de aard van het voorgestelde werk en de functie daarvan voor het Nederlandse muziekleven;

c. ondersteuning van de aanvraag vanuit het muziekleven;

d. bevordering van de totstandkoming van nieuw werk dat recht doet aan de verschillende facetten van het Nederlandse muziekleven;

e. de (mate van) realisering van eerdere opdrachten;

f. de kans dat en het te verwachten tijdstip waarop het werk waarvoor een compositie-opdracht wordt aangevraagd daadwerkelijk ten gehore zal worden gebracht. Naarmate het voorgestelde werk van een grotere omvang zal zijn, worden bij de beoordeling van de aanvraag zwaardere eisen gesteld ten aanzien van de mate van waarschijnlijkheid dat het werk daadwerkelijk zal worden uitgevoerd.

g. en al wat verder van belang kan zijn voor het nemen van een zorgvuldige beslissing.

Regeling
Subsidieregelingen van de Stichting Fonds voor de Scheppende Toonkunst
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
15-05-1996
BWB-id
BWBR0007829
Versie
1996-05-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl