wetzoeker

Artikel 2 Regels inzake de financiering van vut-lasten

1 De lasten die voor het Vut-fonds ontstaan uit het bepaalde in artikel 8 van de kaderwet en uit de vut-overeenkomst, worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, derde en vierde lid van die kaderwet, respectievelijk artikel 2, derde lid van die overeenkomst gedekt door bijdragen (vut-bijdragen) van de werkgevers.

2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden de lasten met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, derde lid van de kaderwet respectievelijk artikel 3, derde lid van de vut-overeenkomst tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin de belanghebbende de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt, gedekt door vergoedingen (vut-vergoedingen) van de werkgever uit wiens dienst een werknemer vrijwillig vervroegd is uitgetreden, zulks indien en voorzover de lasten verband houden met uitkeringen waarop recht is verkregen door toepassing van het bepaalde in de artikelen 3, negende tot en met elfde lid en 6, achtste lid van de vut-wet dan wel krachtens artikel 3, eerste en tweede lid van de vut-overeenkomst.

3 In afwijking van het bepaalde in de vorige twee leden, worden de lasten die verband houden met uitkeringen waarop recht is verkregen krachtens de Wet bevordering doorstroming onderwijspersoneel II, overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, eerste lid van die wet, door het Rijk aan het Vut-fonds vergoed tot de dag waarop de belanghebbende de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt.

Regeling
Regels inzake de financiering van vut-lasten
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-1996
BWB-id
BWBR0007824
Versie
1996-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl