wetzoeker

Wijzigingswet Auteurswet 1912, enz. (richtlijn Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende verhuurrecht, uitleenrecht en bepaalde naburige rechten)

Wet van 21 december 1995 tot wijziging van de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten in verband met de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 november 1992, PbEG 1992, L 346/61 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom

Soort
Wet
Geldend vanaf
26-03-2008
Rechtsgebied
Auteursrecht, Intellectuele eigendom
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0007793
Versie
2008-03-26_0
SHA-256 bron
f7f80ac67cf4a06aedf3a72f307b12d79c5c332bf47ba358cd4555d5d7bafaba

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

1 Deze wet laat vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verrichte exploitatiehandelingen onverlet.

2 Voor het verhuren van een werk in de zin van de Auteurswet en van een prestatie in de zin van de Wet op de naburige rechten, waarvan de verhuurder aantoont dat hij daarover vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op rechtmatige wijze de beschikking heeft gekregen, wordt de rechthebbende geacht toestemming te hebben gegeven, onverminderd het recht van de rechthebbende op een billijke vergoeding.

3 Het recht op een billijke vergoeding bedoeld in artikel 12a, en artikel 45d, zesde zin, van de Auteurswet en in artikel 2a van de Wet op de naburige rechten, voortvloeiend uit een vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gesloten overeenkomst, wordt uiterlijk op 31 december 1996 ingeroepen.

Artikel IV

1 Onze Minister van Justitie zendt in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vóór 1 januari 2000 aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en het effect van de in de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten opgenomen regeling terzake van het leenrecht.

2 De stichting, bedoeld in artikel 15d van de Auteurswet onderscheidenlijk artikel 15b van de Wet op de naburige rechten, en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 15f van de Auteurswet onderscheidenlijk artikel 15a van de Wet op de naburige rechten, zijn verplicht de voor het in het eerste lid bedoelde verslag noodzakelijke gegevens te verschaffen en voor het overige hun medewerking te verlenen aan de voorbereiding van dit verslag.

Artikel V

De Auteurswet is op het uitlenen door openbare bibliotheken van publikaties als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de Tijdelijke wet leenvergoeding van toepassing met ingang van het tijdstip waarop de Tijdelijke wet leenvergoeding vervalt.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.