wetzoeker

Arrest Hoge Raad inzake belastbaarheid vergoeding parkeer-, tol- en veergelden

Soort
Circulaire
Geldend vanaf
18-12-1995
Rechtsgebied
Belastingrecht, Heffingen lokale overheden
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0007704
Versie
1995-12-18_0
SHA-256 bron
c0c1c4ee07e10b1b6dcd658e608c377400e9fcbf4c1370b7a97df427b527dc40

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Tekst

In zijn arrest van 28 juni 1995, nr. 30.255, heeft de Hoge Raad een uitspraak van het Hof Amsterdam van 8 april 1994 betreffende het niet belastbaar zijn van een vergoeding inzake parkeer-, tol- en veergelden vernietigd.

Uit dit arrest blijkt onder meer dat indien de parkeer-, tol- en veergelden met een kredietkaart of via voorschotten voor rekening van de werkgever komen, er voor de heffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen sprake is van een vergoeding in geld. Dit brengt mee dat een dergelijke vergoeding tot het bedrag waarmee de maximaal onbelast te vergoeden kilometervergoeding wordt overschreden, tot het loon moet worden gerekend.

In de nota’s van toelichting van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland is hierover vermeld dat de betaling van de parkeer- en veergelden met een kredietkaart van de werkgever en het verstrekken van een plaatsbewijs voor een pont of een parkeerkaart door de werkgever beide onbelast zijn. Gelet op het arrest van de Hoge Raad is dit wat betreft het betalen met een kredietkaart door de werkgever niet juist.

Ik verzoek u in voorkomend geval met het vorenstaande rekening te houden.